INLEIDING
Elke samenleving ontwikkelt in mindere of meerdere mate een wijze waarop hij lichaam (en geest) kan zuiveren. In de Romeinse samenleving echter krijgt het baden niet enkel een nutsfunctie toegewezen, maar ontwikkelt het zuiver bevredigen van deze basisbehoefte zich tot een zeer belangrijk, bijna essentiëel deel van het Romeinse culturele leven. Privéondernemingen kozen voor de lucratieve investering in openbare badinstellingen, waardoor een uitgebouwd thermenwezen opbloeide. In de keizertijd maakte menig keizer er een erezaak van zijn eigen openbare baden te bouwen 1 . Hier kon elke burger voor een kleine bijdrage 2 aan sport doen, zich daarna warm én koud baden en zich vervolgens laten masseren. Het publieke karakter van de Romeinse badinstellingen maakte dat de baden naast hun zuiverende functie ook tot een sociale en culturele ontmoetingsplaats uitgroeiden, waar dichters uit hun werk kwamen voorlezen, waar gediscussiëerd werd, waar redevoeringen werden gehouden, waar gezongen en gegeten werd. De Romeinse thermen waren een plaats waar hygiëne, recreatie en intellectueel leven samengebracht werden 3 . In menige steden groeiden de thermen uit tot de cultuurcentra bij uitstek waar men vele uren van de dag kon doorbrengen 4 .
Naast de openbare badinstellingen legden rijke burgers ook luxueuze en goed georganiseerde private baden aan die geïntegreerd werden in hun eigen woning
5
. Bovendien vind men over heel Europa resten terug van millitaire badinstellingen, voor het merendeel gebouwd in het laatste kwart van de 1
e
eeuw n. Chr., ten dienste van het Romeinse leger
6
, waarin nogmaals de onmisbaarheid van de badinstellingen tot uitdrukking komt. Het baden had naast een zuiverende, ook een geneeskundige werking; een deel van de behandeling door Romeinse geneesheren bestond uit een kuur in één van de vele geneeskrachtige badinstellingen
7
. Hier worden echter enkel de openbare badinstellingen behandeld, niet omdat de private baden van geringere waarde zouden zijn, maar om het onderzoeksterrein af te bakenen. De publieke instellingen geven ons meer dan de private baden een goed beeld van een aantal socio-
Paris1988, p. 111.
149-150.
p. 1.
2
culturele aspecten van de Romeinse samenleving, en de evolutie daarvan. De publieke baden van het Romeinse keizerrijk waren o.a. de ideale instelling waar een illusie van de klasseloze maatschappij kon worden opgewekt, omdat hier iedereen, van rijk tot arm, van keizer tot slaaf, een bad kon nemen 8 .
De site van Pompeji is van groot belang voor de mediterrane archeologie, omdat de stad uitzonderlijk goed geconserveerd is gebleven. De oorzaak daarvan is de uitbarsting van de Vesuvius op 4 augustus 79 n. Chr., die de stad verwoestte en alles onder een metersdikke laag lava en asse bedolf. Vele sites waren toen nog ten dele in aanbouw na een zware aardbeving in 62 na Chr. 9 .
Drie publieke badinstellingen van middelmatige omvang werden er opgegraven. Het zijn deze Pompejaanse badinstellingen die ons een groot deel van de archeologische kennis over het
Ook vinden we de Forumsthermen (B) terug, waarvan bepaalde delen uitzonderlijk goed bewaard zijn gebleven. De site van de Centrale thermen (C) vertoont in tegenstelling tot de andere resten niet zozeer sporen van vernieling. Deze thermen waren in 79 nog in aanbouw, en de resten tonen hoe de bouwwerf inderhaast achtergelaten werd 12 . De Centrale thermen werden tot nog toe niet systematisch onderzocht, hoewel men recentelijk met het onderzoek
F.W. KELSEY, Washington 1973, p. 186.
Berlin 1979, p. VII; Idem, p. 41.
3
van start gegaan is onder leiding van N. De Haan 13 . Andere openbare thermen te Pompeji, zoals de Republikeinse thermen, kunnen enkel gereconstueerd worden aan de hand van hun fundamenten, en zijn bijgevolg minder intensief onderzocht 14 . De Suburbane thermen (opgegraven ca. 1985-1988), zijn tot nog toe onderzocht door L. Jacobelli, die zich echter vooral toelegde op een analyse van de (erotische) wandschilderingen 15 . Ook de Sarno-baden en de Palestrabaden zijn erg summier bestudeerd. Wij zullen ons in hoofdzaak toespitsen op de drie eerste badinstellingen.
1. PUBLIEKE BADINSTELLINGEN: STRUCTUUR
De publieke badinstellingen te Pompeji zijn een rijke bron van kennis over de opbouw, onwikkeling en organisatie van het Romeinse publieke bad. Hoewel de Romeinse baden erg verschilden wat de details betreft, waren de wezenlijke delen overal min of meer hetzelfde 16 . De publieke baden van Pompeji behoren allen tot het lineaire type, in tegenstelling tot het circulaire type dat pas later algemeen in gebruik werd genomen. Dat betekent dat de verschillende badruimten in een niet-gesloten opeenvolging met elkaar in verbinding staan (zie afb. p.4) 17 . In vele gevallen waren de eigenlijke badruimten gebouwd rond een palaestra,
zich geheel uitkleedde voor het
worden, was toegankelijk vanuit deze binnenhof. Van hieruit kon men doordringen in het frigidarium, een koudwaterbad. Bij het ontbreken van een frigidarium had men de mogelijkheid in het apodyterium een koud bad te nemen. De kleedruimte gaf ook toegang tot
Wetenschappen (online), 25 februari 2005, http://www.onderzoekinformatie.nl/nl/oi/nod/onderzoek/OND1299895
(1 maart 2005).
4
het tepidarium, een halfverwarmde ruimte die diende om de overgang tussen het koude bad en het warm bad, caldarium, te verzachten. In het caldarium vond men aan de ene zijde een waterdicht gemetst bassin, alveus, en aan de andere zijde een soort absis, schola, waar een marmeren schaal, labrum, geplaatst was waarin lauw water ter afkoeling opborrelde. In meer luxueuze badinstellingen, zoals de Centrale thermen, bevond zich tevens een ronde ruimte, laconicum, die als droge zweetruimte moest dienen 19 .
Aangezien vrouwen en mannen gescheiden baadden - men baadde veelal naakt, op houten sandalen als bescherming tegen de hete vloertegels na 20 - werd in de meeste gevallen elk badcomplex in tweevoud gebouwd, en verzorgde men ook twee afzonderlijke ingangen. Indien er slechts één afdeling aanwezig was, opteerde men voor een uurrooster, waarbij de vrouwen in de voormiddag moesten baden en de mannen in de namiddag 21 . In gescheiden baden zorgde men er voor dat beide caldaria aan weerszijden van de verwarmingsoven, praefurnium, kwamen te liggen, zodat er geen warmte nodeloos verloren moest gaan. De warmte die nodig was om het water en de badruimten tot relatief hoge temperaturen te verhitten (de temperatuur van het tepidarium wordt geschat op zo’n 25 à 30°C., die van het caldarium rond de 48 à 55°C. 22 ) was afkomstig van een houtvuur,
sommige gevallen werd zelfs het koepelvormig gewelf geheel van een hitteverspreidende spouw voorzien, zoals het in het vrouwencaldarium van de Stabiaanse thermen duidelijk te
Darmstadt 1983, p. 109.
5
zien is (fig. 7). De eigenlijke vloer van de badruimten rustte op zuiltjes van platte natuurstenen of kleien tegeltjes (C), waarop grotere afdektegels (D) (bipedales- vanwege hun 2 voet grote afmeting) de basis voor de vloer vormden. Een cementlaag, dunne marmerplaten of een mozaïek (E) vormde de afwerking van zowel vloeren als wanden (cfr. fig. 3). De hete rook, die rechtstreeks afkomstig was van het houtvuur, kon na dit hele circuit doorlopen te hebben ontsnappen via smalle openingen in de wand of in het koepeldak 24 . Lange tijd werd de Pompejaanse koopman Sergius Orata beschouwd als de uitvinder van deze hypocaustverwarming. Een literatuuronderzoek van primaire bronnen door E. Brödner wijst echter uit dat Sergius Orata veeleer als diegene gezien moet worden die de dubbele bodemverwarming in de Romeinse badcultuur geïntroduceerd heeft, maar dat de uitvinding zelf reeds in hellenistisch Griekenland gedaan werd 25 .
De houtoven, praefurnium, zorgt naast het verwarmen van het caldarium, het tepidarium en eventueel het laconicum, ook voor de opwarming van het water bestemd voor de warmwaterbaden. Boven de oven bevindt zich een koperen of bronzen reservoir met een vlakke bodem, testudo, waarin het water opgewarmd wordt en via een kanalenstelsel naar de desbetreffende plaats wordt getransporteerd. Deze warmwaterketel wordt aangevuld door een iets hoger geplaatst reservoir waarin het water lauw gehouden wordt, dat op zijn beurt dan weer wordt aangevuld door een koudwaterreservoir 26 . De watertoevoer voor de thermen was in de meeste gevallen afkomstig van een uitgebouwd lagedruk-waterleidingssysteem, dat de gehele stad door middel van een uitgebreid netwerk van loden buizen van fris en zuiver water voorzag 27 . Oudere baden, zoals de Stabiaanse thermen, diepten hun water op uit een waterput 28 .
2. DE STABIAANSE THERMEN
De Stabiaanse thermen zijn wellicht de best bestudeerde badinstellingen van de antieke wereld. Ze zijn niet alleen uitstekend bewaard gebleven, maar hebben daarbij ook een zeer representatieve architectonische geschiedenis doorlopen vanaf de 5 de eeuw v. Chr. tot de vulkaanuitbarsting van 79 n. Chr. de Stabiaanse thermen zijn een voorbeeld van een dubbel
waterhuishouding in Pomepji, cfr. G.C.M. Jansen (G.C.M. JANSEN, Water in de Romeinse stad. Pompeji,
Herculaneum, Ostia, Leuven 2002).
6
Quote paper:
Master of Arts Gawan Fagard, 2005, De publieke badinstellingen te Pompeji, Munich, GRIN Publishing GmbH
This text can be quoted and accessed from this url:
Embed
DOI
Der Canopus uns das Stadion der Villa Hadriana bei Tivoli
Scholary Paper (Seminar), 15 Pages
Die Fontana delle Tartarughe von Taddeo Landini
Scholarly Paper (Advanced Seminar), 20 Pages
History - World History - Early and Ancient History
Scholary Paper (Seminar), 17 Pages
Laokoon: Charakteristika und Problematik
Scholary Paper (Seminar), 25 Pages
History Europe - Germany - National Socialism, World War II
Scholary Paper (Seminar), 18 Pages
Gawan Fagard's text De publieke badinstellingen te Pompeji is now available as a printed book
Gawan Fagard has published the text De publieke badinstellingen te Pompeji
Gawan Fagard has uploaded a new text
Ecologia de Cazadores-Recolectores del Sector Central de Las Sierras d...
Diego Eduardo Rivero
Rgions Et Gouvernement Central: Des Contrats Pour Le Dveloppement Rgio...
Publishing Oecd Publishing
Regards Anthropologiques sur le Marché Central de Tunis
essai d'une étude anthropologi...
LEILA BEN NESSIR CHAOUACHI
The Classic of the Way and Virtue: A New Translation of the Tao-Te Chi...
Laozi, Richard John Lynn
0 comments