De negatieve afdruk van een jongensboek en zijn postmodernistische verklaring in de roman 'Een weekend in Oostende' van Willem Brakman


Term Paper (Advanced seminar), 2003
23 Pages, Grade: 2.3

Excerpt

Inhoud

1. Dit werkstuk

2. Wat is postmodernisme?

3. De boekenwereld
3.1 Regisseur of verteller?
3.2 Blok en zijn leven als een negatieve afdruk
3.3 De ’roman familial’
3.4 De mens als tekst
3.5 Leegte
3.6 Een negatief einde?
3.7 Intertekstualiteit

4. Besluit

Literatuur

1. Dit werkstuk

Zoals de titel van dit werkstuk al vermeldt, zal ik me aan de ene kant bezig houden met het postmodernisme en aan de andere kant met het boek van Willem Brakman “Een weekend in Oostende”[1]. Tegen de achtergrond van het theoretische boek “Het postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse roman”[2] door Bart Vervaeck zal de roman van Willem Brakman op zijn postmodern gehalte worden getoetst. Het thema “De negatieve afdruk van een jongensboek” heeft betrekking tot het jongensboek “Kruimeltje” waar de roman expliciet naar verwijst. Waarom de roman een negatieve afdruk van dit jongensboek is, wat dat überhaupt betekent, wat “Kruimeltje” ermee te maken heeft en wat het postmodernisme daarbij voor een rol speelt, zal in de loop van dit werkstuk ter sprake komen.

Hoe ga ik dit aanpakken? Ten eerste zal ik heel kort inleiden in dat wat postmodernisme is-tijdens het onderzoek wordt dit natuurlijk uitvoerig behandeld. Ten tweede zallen de kernvragen “Waarom is de roman een negatieve afdruk van het jongensboek “Kruimeltje”?” en “Hoezo is het einde van de roman het einig mogelijke?” worden bewerkt. Het onderzoek houdt zich niet alleen bezig met deze inhoudelijke vragen; ze worden, zoals al aangekondigd, gekoppeld aan de theorie van het postmodernisme, met diens hulp veklaard en tenslotte beantwoord.

2. Wat is postmodernisme?

Het postmodernisme is geen literaire stroming zoals men dat kan verwachten-moet het toch logisch gezien een periode zijn ná het modernisme. Het is juist dat het postmodernisme “in de literatuur in oppositionele termen [is] af te grenzen tegen bijvoorbeeld het modernisme.”[3] Ik zou in dit werkstuk dus proberen, zoals Vervaeck dat ook doet, de postmoderne roman tegenover de traditionele roman af te bakenen. Het modernisme wordt historisch tussen ongeveer 1910 en 1945 gesitueerd[4], het postmodernisme tussen 1945 en 1985[5]. Maar dit levert nu problemen op: als het postmodernisme nu géén literaire stroming is, maar wél gesitueerd kan worden tussen 1945 en 1985 dan is dat een duidelijke tegenspraak. Maar zo fout als het op het eerste gezicht lijkt, is het niet. Het postmodernisme moet eerder worden gezien als een “verzamelnaam [...] voor een aantal kenmerken dat door de literatuurkritiek aan bepaalde teksten toegeschreven wordt.” [Vervaeck; 7] Deze kenmerken zijn dan ook vaak te vinden bij romans tijdens die periode. Maar postmoderne eigenschappen zijn niet alleen bij bijvoorbeeld Stefan Hertmans, Charlotte Mutsaers, Pol Hoste te vinden, ook bij auteurs als Multatuli en Louis Paul Boon duiken postmoderne kenmerken op. [8] Daarom kun je het postmodernisme ook eerder beschouwen als “een kwestie van gradiatie” [14]-als je op zoek gaat naar postmoderne kenmerken kun je zeker in de meeste romans postmoderne kenmerken vinden. Maar in sommige romans, zoals in de roman van Willem Brakman, vindt men-zo veel mag ik nu al verraden-opvallend veel postmoderne kenmerken waar men dan ook over een hoog postmodern gehalte kan spreken. Kenmerken zijn bijvoorbeeld het “blootleggen van literaire conventies die normaal verborgen blijven” of het “vervangen van de plot en de chronologie door een netwerk van beelden.” [8]

Over het algemeen kun je romans met postmoderne kenmerken[6] tegenover traditionele romans afgrenzen, want postmoderne romans “zeggen nee tegen de typisch marktgebonden eigenschappen van onze huidige sociale context. Nee tegen de gelijkvormigheid, omdat elke postmoderne roman anders is. Nee tegen de directe en eenduidige communicatie omdat zo’n roman niet parafraseerbaar is en niet teruggebracht kan worden tot een ‘duidelijke’ boodschap. Nee ook tegen de instrumentele logica omdat een dergelijke literatuur geen doel dient en dus ook niet ‘representatief’ is: de roman is geen exponent [...].” [15] Hoe anders een postmoderne roman tegenover een traditionele roman is, wil ik in het volgende onderzoek laten zien.

3. De boekenwereld

Blok, het hoofdfiguur uit het boek “Een weekend in Oostende”, raakt al in het begin van de roman in contact met Camonier die “overwegend [ging] bestaan uit een wat laatdunkend profiel waarin een koel, grijs oog.” [Brakman; 7] Blok “benijdde [...] die jongen, om zijn uiterlijk, en om zijn naam, Camonier, wat liederlijk chic klonk, en verder zat er iets in zijn jasjes, dasjes en schoenen dat onmiskenbaar naar dure villawijken wees en op dienstmeisjes in de ochtend, op trapjes voor die ramen.” [8] Men kan dus inhoudelijk al een asymetrische verhouding konstateren: de arme Blok ontmoet de rijke Camonier en benijdt hem om alles wat hijzelf niet heeft. Natuurlijk worden ze zoiets als vrienden: “Camonier stond met de handen in de zakken aan de overkant van de straat, verdiept in de wafelwinkel, maar een kenner zoals Blok voelde wel dat hij hem daar via de etalageruit heel goed in de gaten hield. Dat bleek wel, want toen hij vlak bij was [...] had Camonier zich omgedraaid en gezegd: ga mee, want ik heb je wat te laten zien.” [9]

‘Wat een merkwaardige ontmoeting’ zou men als lezer al in het begin kunnen denken. En juist met dit gevoel zijn we al ingeduikt in de postmoderne roman. Wat hier zo raar aandoet, is dat de figuren niet worden ingevoerd, ze zijn meteen aanwezig. En dit zo vanzelfsprekend dat er zelfs tussen hen geen kennismaking plaatsvindt, de hele ontmoeting blijkt afgesproken te zijn, alsof het zó moet en niet anders. Ja, men heeft zelfs het gevoel een soort toneelstuk te volgen.

En dat is precies dat wat men als een eerste kenmerk voor een postmoderne roman kan bepalen: de herkenning van de fictionele wereld.

Vanaf het eerste ogenblik blijft het de lezer verweerd, zich te kunnen identificeren met de personages hoe dat in traditionele romans het geval is. De roman ontwikkelt al op de eerste pagina distantie die aan een toneelstuk doet denken. Deze distantie blijft de hele roman bestaan, maakt het voor de lezer onmogelijk in te duiken in de roman.

Wat je in een postmoderne roman herkent, is niet de dagelijkse psychologie of de sociale realiteit, maar eerder de principes en technieken van de fictie. [Vervaeck; 17] Dit expliciteren van de fictie is het die een distantie schept. Er is geen ogenblik waar men ‘in’ het verhaal staat. De lezer moet buiten blijven.

De roman “appelleert niet aan de wereld van alledag, maar aan de wereld van alle boeken en ruimer: aan de wereld van de fictie.” [17] en juist dat wordt in de roman “Een weekend in Oostende” bijzonder duidelijk. De opvoering van ficties in een postmoderne roman kan men ook als een vorm van intertekstualiteit zien. Tekstualiteit is zo ruim te interpreteren dat er ook films, schilderijen, beelden en-daar zal ik later in de paragraaf intertekstualiteit nog nader op ingaan-in ons geval muziek onder vallen. De fictieve wereld in een postmoderne roman is dus geÁnt op andere fictieve werelden en niet zozeer op de ‚echte’ wereld. [21]

Het fictief karakter wordt expliciet ten tonele gesteld zowel bij de kolonel die “zich dan ook op klassieke wijze oploste in het donker” [Brakman; 25], bij Camonier die zich “even definitief als klassiek [opstelde]” [26], als ook bij Blok die “maar opeens [...] naar binnen [glipte], de laan in en [...] uit het gezicht [verdween]” [156]. De wereld in de roman is een “toneelstuk”, de figuren staan in dienst van het scenario. Zo verschijnt de dansmeester, “een zekere heer Sier, die daar als ceremonienmeester optrad.” [153], mannen “namen op het juiste moment de hoed af” [150] en “in de huiskamer ontrolde zich puur volkstoneel.” [121] Randfiguren ronden de ontmaskerende illusie af: “Tot overmaat van ramp was ook nog de politie op het toneel verschenen.” [128] en de detective Ketel spreekt over het “wet van de poppenkast.” [161] Met deze mooie vergelijking dat de boekenwereld eigenlijk een soort poppenkast is waar eigen wetten heersen, stelt zich de vraag naar de regisseur-dat wil zeggen de verteller.

3.1 Regisseur of verteller?

Erg misleidend is het te spreken van een postmoderne verteller. “De term verteller suggereert immers dat het gaat om een subject en een vast centrum. Daar blijft niets van over in de postmoderne roman.” [Vervaeck; 125] Hier mag ik al verwijzen op de paragraaf ‘Leegte’ die zich met deze thematiek nader bezig houdt.

De vraag is of de term regisseur beter zou zijn-wordt voor de lezer toch de indruk gewekt dat de roman een soort toneelstuk is. Ik kies hier bewust voor deze term, want in deze postmoderne roman wordt alles gedaan om de fictie te ontmaskeren, om de indruk van een toneelstuk te bewaren. Dit staat in directe tegenstelling tot de traditionele roman waar de illusie goed moet worden verborgen zodat de lezer deze zo min mogelijk opmerkt. [18]

Of de traditionele verteller nu alwetend of personeel is-hij wekt in ieder geval de indruk dat híj de touwtjes in handen neemt. Dat er een verschil met de postmoderne verteller moet zijn, ligt voor de hand.

Ook in de postmoderne roman is er een verteller. Met het verschil dat postmoderne vertellers, liever gezegd regisseurs, “meestal nadrukkelijk, bijna lijfelijk aanwezig [zijn] in hun verhaal.“ [117] Dat kan men ook in de roman van Brakman zien. De regisseur becommentarieert en dringt zich op, is nadrukkelijk anwezig: “Erg onangenaam vond Blok al dat getureluur overigens niet, dat moet eerlijk gezegd [...]” [Brakman; 7] en “Verdomd dat was het woord, respect.” [9]. De verteller beslist zoals een regisseur: “De man is totaal van geen belang voor het verhaal [...].” [31] en “De markiezenmaker op de andere hoek van het pleintje is minder belangrijk [...].” [32]

[...]


[1] Willem Brakman: Een weekend in Oostende. Amsterdam 1982. Bij de volgende citaten zal ik alleen maar naam en bladzijde tussen haakjes vermelden.

[2] Bart Vervaeck: Het postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse roman. Brussel/Nijmegen 1999. Bij de volgende citaten zal ik alleen maar naam en bladzijde tussen haakjes vermelden.

[3] Elrud Ibsch: Postmoderne (on)mogelijkheden in de Nederlandse literatuur. In: W.F. G. Breekfeldt (red.): De achtervolging voortgezet. Amsterdam 1989. p. 347.

[4] Vgl. Ibsch. p. 349.

[5] Vgl. Ibsch. p. 348.

[6] Ik vermijd hier, zoals Vervaeck dat ook doet, bij “Een weekend in Oostende“ van een postmoderne roman te spreken, want die bestaat niet. Wat er wel bestaat, is een roman met een aantal postmoderne kenmerken. Maar toch is er soms sprake van de postmoderne roman. Dit heeft economische redenen.

Excerpt out of 23 pages

Details

Title
De negatieve afdruk van een jongensboek en zijn postmodernistische verklaring in de roman 'Een weekend in Oostende' van Willem Brakman
College
University of Münster  (Niederländische Philologie)
Course
Postmodernisme in nederland en Vlaanderen
Grade
2.3
Author
Year
2003
Pages
23
Catalog Number
V24681
ISBN (eBook)
9783638274999
File size
528 KB
Language
Dutch
Notes
Der Postmodernismus und seine Kennzeichen werden in dem Roman von Willem Brakman "Een weekend in Oostende" offengelegt und entlarvt. Die Figuren sind aus Papier, der Erzähler tritt höhnisch in den Vordergrund und die Fabel ist immer wieder durch fiktive Elemente durchbrochen, so dass eine Identifikation nicht stattfinden kann.
Tags
Oostende, Willem, Brakman, Postmodernisme, Vlaanderen
Quote paper
Nadine Bavink (Author), 2003, De negatieve afdruk van een jongensboek en zijn postmodernistische verklaring in de roman 'Een weekend in Oostende' van Willem Brakman, Munich, GRIN Verlag, https://www.grin.com/document/24681

Comments

  • No comments yet.
Read the ebook
Title: De negatieve afdruk van een jongensboek en zijn postmodernistische verklaring in de roman 'Een weekend in Oostende' van Willem Brakman


Upload papers

Your term paper / thesis:

- Publication as eBook and book
- High royalties for the sales
- Completely free - with ISBN
- It only takes five minutes
- Every paper finds readers

Publish now - it's free