Dit werkstuk
Zoals de titel van dit werkstuk al vermeldt, zal ik me aan de ene kant bezig houden met het postmodernisme en aan de andere kant met het boek van Willem Brakman “Een weekend in Oostende”. Tegen de achtergrond van het theoretische boek “Het postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse roman”2 door Bart Vervaeck zal de roman van Willem Brakman op zijn postmodern gehalte worden getoetst. Het thema “De negatieve afdruk van een jongensboek” heeft betrekking tot het jongensboek “Kruimeltje” waar de roman expliciet naar verwijst. Waarom de roman een negatieve afdruk van dit jongensboek is, wat dat überhaupt betekent, wat “Kruimeltje” ermee te maken heeft en wat het postmodernisme daarbij voor een rol speelt, zal in de loop van dit werkstuk ter sprake komen. Hoe ga ik dit aanpakken? Ten eerste zal ik heel kort inleiden in dat wat postmodernisme is-tijdens het onderzoek wordt dit natuurlijk uitvoerig behandeld. Ten tweede zallen de kernvragen “Waarom is de roman een negatieve afdruk van het jongensboek “Kruimeltje”?” en “Hoezo is het einde van de roman het einig mogelijke?” worden bewerkt. Het onderzoek houdt zich niet alleen bezig met deze inhoudelijke vragen; ze worden, zoals al aangekondigd, gekoppeld aan de theorie van het postmodernisme, met diens hulp veklaard en tenslotte beantwoord.
Inhoudsopgave
1. Dit werkstuk
2. Wat is postmodernisme?
3. De boekenwereld
3.1 Regisseur of verteller?
3.2 Blok en zijn leven als een negatieve afdruk
3.3 De ’roman familial’
3.4 De mens als tekst
3.5 Leegte
3.6 Een negatief einde?
3.7 Intertekstualiteit
4. Besluit
Doelstelling en kernthema's
Dit werkstuk onderzoekt in hoeverre de roman "Een weekend in Oostende" van Willem Brakman gekenmerkt kan worden als een postmodern literair werk, met een specifieke focus op de functie van het jongensboek "Kruimeltje" als een negatieve afdruk. De centrale onderzoeksvraag is hoe de roman intertekstualiteit, deconstructie van identiteit en het concept van de 'roman familial' inzet om traditionele narratieve conventies te ondermijnen.
- De relatie tussen postmodernisme en de traditionele romanstructuur.
- De identificatie en deconstructie van fictionele werelden.
- De invloed van de 'roman familial' van Freud op het hoofdpersonage.
- Intertekstualiteit als middel tot ironisering van niet-gecanoniseerde genres.
- Het concept van de 'leegte' en de tekstuele mens als subject.
Fragment uit het boek
De boekenwereld
Blok, het hoofdfiguur uit het boek “Een weekend in Oostende”, raakt al in het begin van de roman in contact met Camonier die “overwegend [ging] bestaan uit een wat laatdunkend profiel waarin een koel, grijs oog.” [Brakman; 7] Blok “benijdde [...] die jongen, om zijn uiterlijk, en om zijn naam, Camonier, wat liederlijk chic klonk, en verder zat er iets in zijn jasjes, dasjes en schoenen dat onmiskenbaar naar dure villawijken wees en op dienstmeisjes in de ochtend, op trapjes voor die ramen.” [8] Men kan dus inhoudelijk al een asymetrische verhouding konstateren: de arme Blok ontmoet de rijke Camonier en benijdt hem om alles wat hijzelf niet heeft. Natuurlijk worden ze zoiets als vrienden: “Camonier stond met de handen in de zakken aan de overkant van de straat, verdiept in de wafelwinkel, maar een kenner zoals Blok voelde wel dat hij hem daar via de etalageruit heel goed in de gaten hield. Dat bleek wel, want toen hij vlak bij was [...] had Camonier zich omgedraaid en gezegd: ga mee, want ik heb je wat te laten zien.” [9]
‘Wat een merkwaardige ontmoeting’ zou men als lezer al in het begin kunnen denken. En juist met dit gevoel zijn we al ingeduikt in de postmoderne roman. Wat hier zo raar aandoet, is dat de figuren niet worden ingevoerd, ze zijn meteen aanwezig. En dit zo vanzelfsprekend dat er zelfs tussen hen geen kennismaking plaatsvindt, de hele ontmoeting blijkt afgesproken te zijn, alsof het zó moet en niet anders. Ja, men heeft zelfs het gevoel een soort toneelstuk te volgen.
Samenvatting van de hoofdstukken
1. Dit werkstuk: Inleiding tot de thematiek en de methodologische aanpak voor het toetsen van de roman aan postmoderne kenmerken.
2. Wat is postmodernisme?: Theoretische afbakening van het postmodernisme als verzameling kenmerken en gradiatie in de literatuur.
3. De boekenwereld: Analyse van de fictionele wereld van de roman als een toneelstuk en de introductie van de personages.
3.1 Regisseur of verteller?: Onderzoek naar de rol van de verteller als 'regisseur' in een postmoderne context.
3.2 Blok en zijn leven als een negatieve afdruk: Analyse van Bloks identificatie met het jongensboek 'Kruimeltje' en het falen van zijn eigen levensscript.
3.3 De ’roman familial’: Bespreking van de freudiaanse thematiek van het kind dat een eigen afkomst fantaseert.
3.4 De mens als tekst: Beschouwing van de mens in een postmoderne roman als een lege figuur die zijn bestaan ontleent aan fictie.
3.5 Leegte: Verdieping in het concept 'leegte' als de eigenlijke kern van de roman en de symboliek van de naam Blok.
3.6 Een negatief einde?: Evaluatie van het slot van de roman in vergelijking met het jongensboek en de implicaties daarvan.
3.7 Intertekstualiteit: Overzicht van de diverse tekstuele verwijzingen, van Freud tot muziekstukken, die de roman structureren.
4. Besluit: Synthese van de bevindingen waarbij wordt geconcludeerd dat de roman een zeer hoog postmodern gehalte heeft.
Sleutelwoorden
Postmodernisme, Willem Brakman, Een weekend in Oostende, Kruimeltje, roman familial, intertekstualiteit, deconstructie, identiteit, fictie, regisseur, verteller, leegte, negatieve afdruk, literatuuranalyse, tekstualiteit.
Veelgestelde vragen
Waar gaat deze wetenschappelijke tekst in de kern over?
De tekst analyseert de roman "Een weekend in Oostende" van Willem Brakman vanuit een literatuurwetenschappelijk perspectief, waarbij specifiek wordt gekeken naar de postmoderne kenmerken en de rol van intertekstualiteit.
Wat zijn de voornaamste thema's die worden behandeld?
De belangrijkste thema's zijn de aard van het postmodernisme, de verhouding tussen fictie en werkelijkheid, het verlies van subjectiviteit, de 'roman familial' en de betekenis van het jongensboek als referentiekader.
Wat is het primaire doel van dit onderzoek?
Het doel is om te toetsen in hoeverre de roman van Brakman voldoet aan postmoderne criteria en hoe het boek functioneert als een "negatieve afdruk" van het jongensboek "Kruimeltje".
Welke wetenschappelijke methode wordt er gehanteerd?
De auteur hanteert een literaire analyse gebaseerd op theoretische kaders van Bart Vervaeck en concepten uit de psychoanalyse (Freud), waarbij tekstfragmenten worden getoetst aan de theorie.
Wat wordt er in het hoofdgedeelte van het document geanalyseerd?
Het hoofdgedeelte onderzoekt de narratieve structuur, de rol van de personages als acteurs in een toneelstuk, de symbolische leegte van het hoofdpersonage Blok en de complexe intertekstuele verwijzingen in de roman.
Welke kernbegrippen typeren dit werkstuk?
Typerende begrippen zijn onder meer het 'postmoderne gehalte', de 'fictionalisering van de dialectiek', 'ironisering van bronteksten' en de 'poppenkast van de boekenwereld'.
Waarom spreekt de auteur van een 'negatieve afdruk' bij het vergelijken met "Kruimeltje"?
Omdat de roman de positieve, hoopvolle uitkomst van het originele jongensboek "Kruimeltje" deconstrueert en ironiseert; de hoofdfiguur bereikt geen vervulling, maar eindigt in een leegte.
Hoe interpreteert de auteur de rol van de 'gehandschoeide hand' aan het einde van het boek?
De hand wordt gezien als een metafoor voor de verbinding tussen fictie en realiteit; ze grijpt niet naar Blok, wat de mogelijkheid biedt om het einde niet als louter negatief, maar als een stap naar volwassenheid te zien.
- Quote paper
- Nadine Bavink (Author), 2003, De negatieve afdruk van een jongensboek en zijn postmodernistische verklaring in de roman 'Een weekend in Oostende' van Willem Brakman, Munich, GRIN Verlag, https://www.grin.com/document/24681