Author: Nadine Bavink
Subject: Dutch (Literature, Culture and Language)
Details
Year: 2004
Pages: 24
Grade: 2.7
Language: Dutch
File size: 2085 KB
ISBN (E-book): 978-3-638-27504-0
Eine Zeit lang hat das Niederländische als dritte Kultursprache neben dem Niederdeutschen und dem Hochdeutschen in Deutschland fungiert. Die Grafschaft Bentheim liegt an der Grenze zu den Niederlanden. Diese Arbeit skizziert das Ausbreiten der hochdeutschen Schriftsprache und die Verdrängung derselben (bis auf wenige Bereiche) durch die niederländische Sprache. Sie war für eineinhalb bis zwei Jahrhunderte die Sprache der reformierten Kirche, der Schule und der öffentlichen Verwaltung.
Excerpt (computer-generated)
Bestaat of bestond er meertaligheid in de graafschap Bentheim?
von: Nadine Bavink
Inhoud
1. Inleiding p. 1
2. Onderzoek p. 2
3. De Duits-Nederlandse grens: een taalgrens? p. 3
4. Uitbreiding van de Hoogduitse schrijftaal p. 5
4.1 Redenen voor deze taalwisseling p. 6
4.2 Reformatie in Bentheim p. 6
5. Excursie: vroege economische contacten p. 7
6. “Gymnasium illustre Arnoldinum” p. 8
7. Het ontstaan van het Nederlands als cultuurtaal in Duitsland p. 8
7.1 Tegenreformatorische tijd onder Ernst Wilhelm (1668-1693) p. 9
8. Pogingen om het Nederlands weer te verdringen
8.1 Hannoverse administratie en de hogere regeringsambtenaar Funck p. 10
9. Excursie di- en triglossie p. 11
10. Twee schrijftalen naast elkaar (2e helft 18e eeuw) p. 12
10.1 Verandering door patriotisch gezinde burgerij p. 13
10.2 Decreten: geslaagte pogingen tot introductie van het Hoogduits p. 14
10.3 Veranderingen door deze inspanningen p. 14
11. Geografisch overzicht van het Nederlands als cultuurtaal p. 15
12. Besluit p. 16
Appendix p. 19
1. Inleiding
De tegenwoordige Duits-Nederlandse staatsgrens gaat van Emden tot Maastricht. Maar in het verleden is deze staatsgrens eigenlijk nooit een echte taalgrens geweest-taal oriÁnteert zich niet naar politieke grenzen. Zo zijn de dialecten aan de Duitse kant van de grens bijna dezelfden als de dialecten die in de provincies Overijssel, Gelderland of Groningen worden gesproken. De Nederlandse en de Nederduitse dialecten vormen samen een continuüm.2 Maar toch is het verrassend dat het Nederlands onder ander in de graafschap Bentheim3 een tijdlang als cultuurtaal heeft gefungeerd. Tijdens de late 17e en 18e eeuw was het Nederlands dat de graafschap als derde cultuurtaal heeft leren kennen de taal op het gebied van de school en de gereformeerde kerk. De jeugd werd dus opgevoed in het Nederlands.
Dit werkstuk zal dus proberen een overzicht te geven over dat wat er door de eeuwen is gebeurd met de taal. Centraal daarbij staan er drie taalwisselingen: ten eerste het ontstaan van de Hoogduitse cultuurtaal tijdens de reformatie en de concurrentie tussen het Hoogduits en het Nederduits, ten tweede het Nederlands dat één tot anderhalf eeuwen later het Hoogduits op bepaalde domeinen heeft verdrongen en ten slotte het verdwijnen van het Nederlands4. Wat voor een invloed de reformatie en vooral de bestrijding daarvan op de taalverhoudingen had, wat voor een rol het Hoogduits toen die tijd nog speelde, waarom het Nederlands überhaupt intrede kon doen en hoe het Nederlands twee eeuwen later weer is verdwenen, zal hier uitvoerig aan bod komen. Ook de taalkundige beschouwing van de di- en triglossie-situatie zal onder de loep worden genomen. Deze verhouding tussen een schrijftaal en een spreektaal (Hoogduits en het dialect) die later aangevuld werd door een tweede schrijftaal (Nederlands) en waarin een zekere concurrentie bestond, zal nader belicht worden. Deze pragmatische driedeling, het gebruik van dialect, Hoogduits en Nederlands naast elkaar (maar op verschillende domeinen), is gereduceerd tot een tweedeling: aan de linkerkant van de grens dialect en Nederlands en aan de rechterkant van de grens dialect en Hoogduits. Daarom is er ook-ten minste als men naar het verleden kijkt-geen sprake van een “echte” taalgrens. Tegenwoordig is er een ontwikkeling die langzaam maar zeker van de staatsgrens ook een taalgrens gaat maken. Maar daarover meer tijdens dit werkstuk. Het werkstuk is van chronologische aard. Nadat er een korte overzicht wordt gegeven over het onderzoek dat zich in het verleden bezig heeft gehouden met de taalsituatie in de graafschap Bentheim (paragraaf 2) komt, nadat de Duits-Nederlandse taalgrens nauwkeuriger onder de loep wordt genomen (paragraaf 3), de Hoogduitse schrijftaal en het ontstaan van de Nederlandse schrijftaal aan bod.5 Het is duidelijk dat dit werkstuk geen volledig beeld kan geven van de Bentheemse taalgeschiedenis met al zijn politieke invloeden.
2. Onderzoek
[...]
1 Johannes Baumann: Schriftsprache in der Grafschaft Bentheim. In: Ludwig Kremer, Timothy Sodmann (uitg.): „...die ihnen so liebe holländische Sprache“. Zur Geschichte des Niederländischen im Westmünsterland und in der Grafschaft Bentheim. Vreden 1998. p. 69. (Bij de volgende citaten gebruik ik alleen nog achternaam en jaartal om deze bijdrage te citeren.) Het citaat is afkomstig van de lutherse arts Johann Philipp Schniet uit Neuenhaus die rond 1785 bezwaar tegen de Nederlandstalige eredienst uitte en zelf een eredienst in het Hoogduits heeft georganiseerd.
2 Zie Ludwig Kremer: Das Niederländische als Kultursprache deutscher Gebiete. Bad Honnef 1983. p. 6. (Bij de volgende citaten gebruik ik alleen nog achternaam en jaartal om dit boek te citeren.)
3 De graafschap Bentheim ligt direct aan de Duits-Nederlandse staatsgrens. De graafschap Bentheim wordt opgesplitst in een bovengraafschap (met de residentiestad Bentheim, en onder ander de steden Bentheim, Schüttorf en Nordhorn) en een benedengraafschap (met de steden Neuenhaus, Emlichheim en Veldhausen). Niet alleen de graafschap Bentheim, maar ook de graafschap Lingen, Oostfriesland en de Nederrijn heeft het Nederlands als derde cultuurtaal leren kennen.
4 Taubken gebruikt in zijn onderzoek het van Theodor Frings en Gotthard Lerchner ingeleide begrip „Grensnederlands“ . H. Taubken: Grenzniederländisch. Die Externe Geschichte des Niederländischen im deutschen Grenzraum. In: Grenzen en grensproblemen. Groningen 1984. (Nedersaksische Studies 7) p. 84. (Bij de volgende citaten gebruik ik alleen nog achternaam en jaartal om dit boek te citeren.)
5 De term schrijftaal is in dit werkstuk equivalent met de term cultuurtaal gebruikt hoewel ik me bewust daarvan ben dat er een betekenisverschil is. De term schrijftaal gebruik ik voornamelijk als het om schriftelijke bronnen gaat die de bepaalde taal weerspiegeln. Zoals Goossens dat ook doet, gebruik ik de term niet alleen voor de geschreven/afgedrukte teksten, maar ook voor de taal die in formele situaties wordt gesproken.
Comments
This text can be quoted and accessed from this url: