Het beeld van de kunstenaar in Duitse en Nederlandse novellen van de 19de eeuw -... close Please wait


Details

Event: Het beeld van de kunstenaar in de 19e-eeuwse Nederlandse literatuur19e-eeuwse Nederlandse literatuur
Institution/College: Carl von Ossietzky Universität Oldenburg
Category: Scholary Paper (Seminar)
Year: 2008
Pages: 26
Grade: 1,7
Bibliography: ~ 16  Entries
Language: Dutch
File size: 193 KB
Archive No.: V91771
ISBN (E-book): 978-3-638-05872-8
ISBN (Book): 978-3-638-94883-8

Abstract

1 Inleiding In de 19de eeuw werden in Europa een aantal belangrijke kunstenaarsnovellen geschreven en gepubliceerd. Deze novellen reflecteren niet alleen de maatschappelijke rangen en het publieke beeld van kunstenaars, maar ook de eigen visie van de auteurs op het leven als kunstenaar. Door verstrekkende gebeurtenissen zoals de industrialisering of de Franse revolutie veranderde de structuur van de maatschappijen in Europa: oude verbindingen werden verbroken, nieuwe geschept en daarmee veranderden ook de rangen en het publieke beeld van kunstenaars. De novellen illustreren niet alleen de veranderingen in de samenleving, maar vooral wat deze voor artistieke concepten, haar leven en schepping betekende. Maar hoe zagen de beelden en zelfbeelden van kunstenaars er eigenlijk uit, hoe worden ze gethematiseerd en in hoeverre waren er verschillen tussen de culturele kringen? Zijn er overeenkomsten te vinden of waren de visies helemaal verschillend? Gemeten aan de omvang en aantal van Europese landen en novellen van dit tijdperk blijkt dit onderzoek bijna onmogelijk. Om deze vragen alsnog te kunnen beantwoorden en een klein inzicht te geven, zal dit onderzoek beperkt worden tot Nederland en Duitsland (of het Duitstalige gebied) in de jaren tussen 1849 en 1867. Omdat het begrip ‘kunstenaar’ heel breed is, heb ik telkens van beide taalkringen een novelle over een musicus en een over een schilder gekozen. Daardoor kan er onmiddellijk vergeleken worden, en valt er dus gelijk te zien of er ook verschillen of overeenkomsten in dezelfde taal zijn terug te vinden. De onderwerpen van dit onderzoek zijn A.L.G. Bosboom-Touissants Een arme die rijk maakt (verschenen in 1858) en Theodor Storms Eine Malerarbeit (1867), en eveneens J.A. Alberdingk Thijms De organist van den Dom (1849) en Eduard Mörike’s Mozart auf der Reise nach Prag (1856).

Excerpt (computer-generated)

Universität Oldenburg

Het beeld van de kunstenaar in de

19e-eeuwse Nederlandse literatuur

WS 2007/08




Het beeld van de kunstenaar in Duitse

en Nederlandse novellen van de 19de

eeuw ­ Een vergelijking



Thetje Sausel

HF Kulturwissenschaft, 9. Semester (HB)

NF Niederländische Philologie, 9. Semester (OL)

NF Politikwissenschaft, 9. Semester (OL)

Leistungsnachweis

20.02.2008


Het beeld van de kunstenaar in Duitse

Universität Oldenburg

en Nederlands novellen van het 19de

Thetje Sausel

eeuw ­ Een vergelijking.

_________________________________________________________________________________

Inhoud

1 Inleiding

2



2 Christine Antons verschillende kunstenaarfiguren

3

2.1 Die Figur des romantischen Künstlers

3

2.2 Die Figur des naturalistische Künstlers

4

2.3 Die Figur des Bürger-Künstlers

5



3 Analyse van de kunstenaarsnovellen

6

3.1 Eduard Mörike′s Mozart auf der Reise nach Prag

6

3.2 Alberdingk Thijms De organist van den Dom

10

3.3 Theodor Storms Eine Malerarbeit

14

3.4 A.L.G. Bosboom-Touissants Eeen arme die rijk maakt

18



4 Vergelijking en samenvatting

21



5 Bibliografie

24

2


Het beeld van de kunstenaar in Duitse

Universität Oldenburg

en Nederlands novellen van het 19de

Thetje Sausel

eeuw ­ Een vergelijking.

_________________________________________________________________________________

1 Inleiding

In de 19de eeuw werden in Europa een aantal belangrijke kunstenaarsnovel en

geschreven en gepubliceerd. Deze novel en reflecteren niet al een de

maatschappelijke rangen en het publieke beeld van kunstenaars, maar ook de eigen

visie van de auteurs op het leven als kunstenaar. Door verstrekkende

gebeurtenissen zoals de industrialisering of de Franse revolutie veranderde de

structuur van de maatschappijen in Europa: oude verbindingen werden verbroken,

nieuwe geschept en daarmee veranderden ook de rangen en het publieke beeld van

kunstenaars. De novel en il ustreren niet al een de veranderingen in de samenleving,

maar vooral wat deze voor artistieke concepten, haar leven en schepping betekende.

Maar hoe zagen de beelden en zelfbeelden van kunstenaars er eigenlijk uit, hoe

worden ze gethematiseerd en in hoeverre waren er verschil en tussen de culturele

kringen? Zijn er overeenkomsten te vinden of waren de visies helemaal verschil end?

Gemeten aan de omvang en aantal van Europese landen en novel en van dit

tijdperk blijkt dit onderzoek bijna onmogelijk. Om deze vragen alsnog te kunnen

beantwoorden en een klein inzicht te geven, zal dit onderzoek beperkt worden tot

Nederland en Duitsland (of het Duitstalige gebied) in de jaren tussen 1849 en 1867.

Omdat het begrip `kunstenaar′ heel breed is, heb ik telkens van beide taalkringen

een novel e over een musicus en een over een schilder gekozen. Daardoor kan er

onmiddel ijk vergeleken worden, en valt er dus gelijk te zien of er ook verschil en of

overeenkomsten in dezelfde taal zijn terug te vinden. De onderwerpen van dit

onderzoek zijn A.L.G. Bosboom-Touissants

Een arme die rijk maakt

(verschenen in

1858) en Theodor Storms

Eine Malerarbeit

(1867), en eveneens J.A. Alberdingk

Thijms

De organist van den Dom

(1849) en Eduard Mörike′s

Mozart auf der Reise

nach Prag

(1856).

Ter hulp bij de vergelijking zul en Christine Antons definities van verschil ende

kunstenaarfiguren gebruikt worden.1 Deze beschrijven verschil ende concepten van

kunstenaars uit het tijdperk van het realisme, dat in het midden van de 19de eeuw tot

bloei kwam.2 Dit is dus ten tijde van de publicatie van de hiervoor genoemde

novel en. Voor het onderzoek is het dus eerst noodzakelijk de definities te verklaren,

voordat deze op de novel en aangewend kunnen worden. Daarna zal iedere novel e

1 Vgl.: Anton, Christine:

Selbstreflexivität der Kunsttheorie in den Künstlernovellen des Realismus

,

New York; Peter Lang Publishing, 1998, blz. 27 vgl.

2 Vgl.:

dtv-Lexikon, Ein Konversationslexikon in 20 Bänden

,

Band 15; ,,Realismus", München;

Deutscher Taschenbuch Verlag, 1976, blz. 75 vgl.

3


Het beeld van de kunstenaar in Duitse

Universität Oldenburg

en Nederlands novellen van het 19de

Thetje Sausel

eeuw ­ Een vergelijking.

_________________________________________________________________________________

apart geanalyseerd worden. Doordat het mogelijk is deze figuren toe te passen zal

het gemakkelijker zijn de novel en aan het einde met elkaar te vergelijken en te

beoordelen, om dan tot een conclusie te komen.

2 Christine Antons verschillende kunstenaarfiguren

Christine Anton beschrijft in haar boek drie verschil ende kunstenaarfiguren en noemt

ze "Die Figur des romantischen Künstlers", "Die Figur des naturalistischen

Künstlers" en "Die Figur des Bürger-Künstlers".3 De definities van deze drie

concepten zul en in de volgende drie delen van dit hoofdstuk toegelicht worden.

2.1 Die Figur des romantischen Künstlers

Voor het figuur van de romantische kunstenaar is volgens Anton vooral de positie

van de kunstenaar in de maatschappij van belang. Op grond van de

maatschappelijke veranderingen in de 18de en 19de eeuw werden de verbindingen

tussen kunstenaar en adel of kerk verzwakt; de kunstenaar werd onafhankelijker.

Tegelijkertijd werd het begrip van het genie steeds relevanter, wat dus betekende dat

de kunstenaar een uitzonderlijke positie in de maatschappij innam. Tengevolge van

deze verzwakking en de verhoging van de kunstenaar in het algemeen, werd het

mogelijk voor de kunst om zich van de normen en beperkingen van de burgerlijke

maatschappij te ontkoppelen, zich een esthetische autonomie te scheppen en om

eigen opvattingen en wetten door te zetten. Er werd een autonome ruimte gecreëerd,

wat "in Opposition zu der engen Welt des Bürgertums"

4

staat: de kunstenaar is dus

buiten de maatschappij en de burgerij geplaatst, met oog op het begrip `genie′ zelfs

erboven. Maar gepaard met deze positie gaat ook het verliezen van de verbindingen

tussen maatschappij en kunstenaar, er ontstaat dus een isolatie. Deze positie werd

dan ook bekritiseerd door latere (realistische) auteurs; de romantische kunstenaar

werd getoond als een mislukte burgerlijke existentie; de betrekking tot het werkelijke

leven en de wereld zou hem ontbreken. Dit "Versagen des Künstlers im Angesicht

bürgerlicher Ansprüche"5 laat hem dan ook in zijn kunst schipbreuk lijden, terwijl het

vroeger eerder als een innerlijke tweespalt werd afgebeeld. Om het met Antons

woorden te zeggen: "[...] in den Werken des Realismus [wird] die Figur des

3 Vgl.: Anton, Christine: 1998, blz. 27 vgl.

4 Vgl.: t.a.p. blz. 28

5 Vgl.: t.a.p. blz. 30

4


Het beeld van de kunstenaar in Duitse

Universität Oldenburg

en Nederlands novellen van het 19de

Thetje Sausel

eeuw ­ Een vergelijking.

_________________________________________________________________________________

romantischen Künstlers als das Klischee eines am Leben Gescheiterten, der den

gesel schaftlichen Anforderungen nicht genügt, dargestel t."6

Ze beschrijft de kunst dan ook als een soort van begeleider in de

eenzaamheid van de kunstenaar. Tengevolge komt die inspiratie voor de kunst dan

ook niet uit het maatschappelijke leven maar uit een goddelijke sfeer en is ook niet

gemaakt om iets menselijks af te beelden maar is, zoals in Franz Gril parzers

Der

arme Spielmann

, een

"

Versinnbildlichung des Göttlichen".7

2.2 Die Figur des naturalistische Künstlers

Hier wordt niet al een het figuur van een naturalistische kunstenaar weergegeven,

maar wordt ook de novel e

Eine Malerarbeit

van Theodor Storm als een voorbeeld

genoemd en geanalyseerd. Haar analyse zal later ook in deze analyse behandeld

worden en als uitgangspunt dienen.

Van belang voor dit soort kunstenaars is volgens Anton de pretentie de natuur

zo objectief mogelijk af te beelden, met al zijn goede en slechte kanten, en dus niet

de wereld te idealiseren of te verhogen. Er dient een fragment van de werkelijkheid

weer te worden gegeven, dat de werkelijkheid beschrijft, maar zonder te oordelen of

te evalueren. Het kritiek van de realistische kunstenaars hierbij is, dat een mens niet

helemaal objectief kan zijn. Hij is onderwerpen aan individuele gevoelens en

opvattingen, die hem determineren. Hieruit resulteert de vordering of de

noodzakelijkheid het subjectieve zelf voor het proces van de schepping van een

naturalistisch kunstwerk te onderdrukken. Maar dit schept nieuwe uitdagingen. Een

kunstenaar die met zichzelf bezig is en een deel van zijn inspiratie uit zichzelf of zijn

visie op de wereld trekt, kan zijn eigen kunst niet met het objectieve pretentie

bewerkstel igen. Hij wordt gedwongen al een reproducties van de natuur weer te

geven, wat hem enigszins zijn identiteit van een kunstenaar ontneemt, omdat

mimetische objectiviteit "dem Subjektivistischen des Künstlers keinen Raum zur

Entfaltung des eigenen charakteristischen Ichs als Künstler bietet"8

Het dilemma ligt

dus in de definitie van de naturalistische kunst en de verhouding van object tot

subject zelf en laat de kunstenaar in een onmogelijke situatie tussen vervul ing van

6 Vgl.: t.a.p. blz. 30

7 Vgl.: t.a.p. blz. 34

8 Vgl.: t.a.p. blz. 99

5


Het beeld van de kunstenaar in Duitse

Universität Oldenburg

en Nederlands novellen van het 19de

Thetje Sausel

eeuw ­ Een vergelijking.

_________________________________________________________________________________

de naturalistische eisen en destructie van zijn eigen identiteit, of de eisen niet

vervul en maar redding van zijn legitimatie behalen.

2.3 Die Figur des Bürger-Künstlers

Hoewel de opvatting van de romantische kunstenaar hem buiten de maatschappij

plaatst en hem een autonomie van het sociale samenleving toespreekt, is het begrip

van het burgerkunstenaars vooral gevormd door harmonie. Die harmonie resulteert

uit een alternatief besef van het begrip genie in de tijd van het poëtische realisme.

Het uitzonderlijke werk van een kunstenaar kwam dus niet meer al een van een

uiterst talentvol mens, maar ­ zoals Kant het schrijft ­ uit een "Synthese von

Handwerk und genialem Schöpfertum, als gelehrte Aneignung traditionel er

ästhetischer Kunstregeln in Verbindung mit der kreativen künstlerischen Inspiration."9

Daarmee werd de kunstenaar weer in verbintenis gesteld met de

maatschappij, men kan bijna zeggen gereïntegreerd. Met oog op deze richtlijn

verandert dan ook het beeld van de levensstijl van een kunstenaar: Hij is niet meer

al een onder "produktionsästhetischen" maar vooral onder "lebensweltlichen"10

aspecten te bekijken. Dat betekent dat de kunstenaar uit het midden van de

maatschappij komt en er daar dus ook zijn plaats heeft. Hij kan niet uitsluitend l′art

pour l′art uitoefenen, zijn kunst moet hem vooral van zijn onderhoud voorzien en ook

een functie voor de samenleving hebben. Dit kan volgens Anton op twee manieren

worden verwezenlijkt. Een kunstenaar kan ofwel een burgerlijk beroep uitoefenen en

zijn kunst in zijn vrije hoewel korte tijd uitvoeren, of hij kan zijn kunst als een beroep

uitoefenen. Het ideaal is hierbij een kunstenaar die gelijkertijd zijn dienst aan de

maatschappij doet en aan de sociëteit kunsttheoretisch of kunstpraktisch onderwijs

geeft. Dit zijn vooral professoren, pedagogen, geleerden, muziekleraars, dus mensen

uit de burgerlijke levenswereld en ­werkelijkheid.

Om deze reden is het een grote verandering, omdat de kunstenaar zichzelf

niet in de dienst van de autonome kunst stelt, maar daarentegen zichzelf en zijn

kunst in de dienst van de burgerij en de sociale samenleving stelt en zich daaraan

onderschikt. Na een tijd van een geïsoleerd kunstenaarleven met onafhankelijkheid,

werkelijkheidsverlies en wereldvervreemding, werd hij weer een animal sociale,

9 Vgl.: Kant, Immanuel,

Werke in sechs Bänden

, Hrsg. Weischedel, Wilhelm, Band 5; Darmstadt:

Wissenschaftliche Buchgesel schaft, 1975: in Anton, Christine: 1998, blz. 153

10 Beide begrippen uit: Anton, Christine: 1998, blz. 154

6


Comments

Add Comment

This text can be quoted and accessed from this url:

http://www.grin.com/e-book/91771/