Inhoud
A Inleiding 2
B Hoofdgedeelte 3
I De allomorfen en de functies van het diminutief 3
1. De allomorfen 3
2. De functies 5
II Diminutiva tantum en de niet-nominale diminutiefbasis 6
1. Diminutiva tantum 6
2. Niet-nominale diminutiefbasis 6
2.0 Excurs: Augmentatieven als basis voor
diminutiefformatie (P Bakema) 7
III Opvattingen over de grondform van het diminutiefsuffix 7
1. A Cohen 8
2. R Jongen 9
V Speciaal geval: -(l)ing (M Trommelen) 10
C Conclusie 14
D Literatuur 15
1
A. Inleiding. Dit werkstuk ontstond naar aanleiding van een college over morfologie aan de universiteit Münster in het zomersemester 2006 dat onder leiding stond van prof. dr. Amand Berteloot. In dit werkstuk zal ik aandacht besteden aan de allomorfie van het Nederlandse diminutiefsuffix. Diminuering is een van de productiefste manieren om nieuwe Nederlandse woorden te construeren. Het diminutiefsuffix is een gebonden morfeem, d. i. het komt niet geïsoleerd voor maar is altijd gebonden an een vorafgaand morfeem, waarmee het één woord vormt. Het diminutiefsuffix is het het meest gevarieerde suffix - het Nederlands kent in het geheel vijf alternanten ervan: –tje en zijn allomorfen -je, -pje, -kje en –etje. Er zijn nog meer variaties van het diminutiefsuffix in de Nederlandse dialecten, ik zal me binnen dit werkstuk echter alleen beperken tot het Standaardnederlands. Een morfeem is de kleinste betekenisdragende taaleenheid en in dit geval betekent het meestal »verkleinwoord van het basiswoord«. Er zijn nog andere functies die door diminuering vervuld worden waarop ik in de eerste deel zal ingaan. Ook bestaan er in het Nederlands diminutiefvormen, die gelexicaliseerd zijn en soms zelfs geen niet-gediminueerde correlaat hebben. Deze worden »diminutiva tantum« genoemd. Er bestaan ook niet alleen diminutieven van het substantief, wat samen met de diminutiva tantum in de tweede deel besproken zal worden. In de derde deel zal ik aandacht besteden aan de allomorfen en hun morfonologische verklaringen aan de voorbeelden van A. Cohen en R. Jongen. Tot slot zal ik nog even het speciale geval –(l)ing aanspreken en de hypotheses van M. Trommelen aanvoeren die zich met dit onderwerp uiteen heeft gezet.
2
B. Hoofdgedeelte.
I. De allomorfen en de functies van het diminutief. Zoals in de inleiding al aangesproken, is het diminutiefsuffix hetgene dat in het Nederlands de meeste varianten vertoont. In het geheel kent het diminutiefsuffix vijf allomorfen: -je, -tje, -kje, -pje en –etje. Welk allomorf er aan bod komt hangt met de laatste letter(greep) van het basiswoord samen. Eenvoudig gezegd krijgen we -> na klinkers en de halfvocalen /j/ en /w/ tje -> na obstruenten je en
-> na sonoranten In het volgende wil ik gedifferenceerd laten zien waardoor de keuze voor een allomorf bepaald wordt.
1. De allomorfen. 1
a) /-tjə/, [cə] -tje wordt gebruikt na ongedekte (lange) klinkers en diphtongen (laatje, zeetje; eitje, truitje), maar ook na /ə/, die zich in velen opzichten als een lange vokaal gedraagt (jongetje), en na zwakbeklemtoonde slotsyllaben (autootje, omaatje). Ook de halfvokalen /-j/ en /-w/ worden door –tje gevolgd (aaitje, leeuwtje). Verder komt dezelfde alternant voor na /-n, -l, -r/ (maantje, paaltje, motortje). b) /-ətjə/, [əcə] -etje komt voor na gedekte (korte) vokalen die beklemtoond zijn en gevolgt worden door nasalen (/m, n, ŋ/) (romannetje), liquidae (/l, r/) (sterretje) of /b/ (kribbetje). Er zijn ook gevallen wanneer -etje voorkomt bij zwak beklemtoonde woorden op –ling: vanwege dat een speciaal geval lijkt te zijn zal ik daarop in hoofdstuk V uitvoeriger ingaan. c) /-jə/, [jə] -je volgt na de slotfonemen /t, k, f, s, x, p/ (obstruenten) die voorafgegaan zijn door gedekte of ongedekte klinkers en na consonantcombinaties (streepje, wereldje).
1 Alinea gebaseerd op A. Cohen: Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve. In: De nieuwe
Taalgids 51 (1958). p. 40-45 en W. De Haas / M. Trommelen: Morfologisch Handboek van het Nederlands. Een
overzicht van de woordvorming, ’s Gravenhage 1993. p.279
3
/-pjə/, [p j ə]
d) -pje wordt gebruikt als het basiswoord eindigt op /m/ voorafgegaan door óf een beklemtoonde ongedekte vokaal, een diftong of een /ə/ óf een korte vokaal gevolgt door een liquida en /m/ (lichaampje, zalmpje).
/-kjə/, [k j ə]
e) -kje komt voor na /ŋ/ voorafgegaan door /ə/. In dit geval wordt de g tot een k. Vaak vallen onder deze regel woorden op –ing met het accent op de voorlaatste lettergreep (koninkje, beslissinkje).
Als echte uitzonderingen worden volgens De Haas en Trommelen 2 de diminutieven Jantje en gympje beschouwd, alle andere woorden vinden zich in de regels terug. Cohen neemt er ook nog o. a. bloemetje (d.i. woorden die meer dan één diminutief-alternant kunnnen hebben) bij, omdat het hem “(...) verkieslijk [lijkt] ze eenvoudig als onregelmatig te classificeren” 3 , alhoewel hij in een bijhorend voetnoot een voor mij plausibele verklaring aanvoert, die niet alleen bij hem te vinden is. Hier worden vormen als bloemetje/bloempje of wieletje/wieltje verklaard door te zeggen dat zich de hoge klinkers [i], [y] en [u] fonologisch als lange klinkers gedragen, fonetisch echter kort zijn. Zo vormen de woorden in kwestie hun verkleinwoord zoals woorden met een korte klinker (bloem – bloemetje net als bal – balletje) óf als woorden met een lange klinker (bloem – bloempje net als raam – raampje). Er wordt echter nadrukkelijk aan toegevoegd, dat »echte« lange klinkers nooit zo ambigu zijn.
Verder zijn er nog woorden in het Nederlands die bij diminuering klinkerverandering ondergaan. Voorwaarde is dat de klinkerverandering ook in het meervoud optreedt (scheepje, blaadje). Niet alle woorden met klinkerverandering in het meervoud hebben die echter ook in de verkleinvorm. 4
2
vgl. W. De Haas/M. Trommelen:
Morfologisch Handboek van het Nederlands.
Een overzicht van de woordvorming, ’s Gravenhage 1993. p.280
3
geciteerd na A.Cohen:
Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve.
In: De nieuwe Taalgids 51 (1958). p. 44
4
vgl.: Smedts, W./Van Belle, W.:
Taalboek Nederlands.
Kapellen 1994, p. 114
4
Quote paper:
Alexa Sheltko, 2006, De allomorfen van het diminutiefsuffix in het Nederlands, Munich, GRIN Publishing GmbH
This text can be quoted and accessed from this url:
Embed
DOI
Formatvorlage (Microsoft Word) für eine Diplomarbeit, Masterarbeit, Ha...
Für MS Word 2003 - Update 2010
Presentations, Models, Tutorials, Instructions
Elaboration, 25 Pages
Formatvorlage (OpenOffice) für eine Diplomarbeit, Masterarbeit, Hausar...
Presentations, Models, Tutorials, Instructions
Elaboration, 35 Pages
Formatvorlage / Vorlage zur Erstellung einer Diplomarbeit, Bachelorarb...
Presentations, Models, Tutorials, Instructions
Elaboration, 15 Pages
Formatvorlage / Vorlage für eine Diplomarbeit / Hausarbeit
Für MS Word 2007 - dotx
Presentations, Models, Tutorials, Instructions
Elaboration, 25 Pages
Anleitung zum Erstellen schriftlicher Arbeiten: Der Aufbau einer wisse...
Presentations, Models, Tutorials, Instructions
Elaboration, 20 Pages
Erstellen einer schriftlichen Hausarbeit
Presentations, Models, Tutorials, Instructions
Termpaper, 14 Pages
Grundtechniken wissenschaftlichen Arbeitens
Bibliografieren - Reden - Schr...
Presentations, Models, Tutorials, Instructions
Script, 46 Pages
Ratgeber zur Erstellung wissenschaftlicher Arbeiten. Diplomarbeiten - ...
Presentations, Models, Tutorials, Instructions
Elaboration, 39 Pages
Alexa Sheltko's text De allomorfen van het diminutiefsuffix in het Nederlands is now available as a printed book
Alexa Sheltko has published the text De allomorfen van het diminutiefsuffix in het Nederlands
Alexa Sheltko has uploaded a new text
Aspecten Van de Woordvolgorde in Het Nederlands. Een Syntactische, Sem...
P. Godin, Godin Ap
Zwarte Indianen En Hun Symbolen Het Magisch-Religieuze Systeem Van de ...
V. Neckebrouck, Neckebrouck Av
In Facie Ecclesiae de Katholieke Huwelijksliturgie in de Nederlanden, ...
Jeroen Van de Ven, Vanadeaven Aj M. M.
Lodewijk Napoleon En Het Koninkrijk Holland: Nederlands Kunsthistorisc...
Eveline Koolhaas-Grosfeld
0 comments