Keizerverering in het Griekse Oosten


Essay, 2009
32 Pages, Grade: 8/10

Excerpt

Inhoudsopgave

Inleiding

Vroege ontwikkelingen in heerserscultus

Romeinse Republiek

Opkomst van de keizercultus
Galatia

De werking van de keizercultus
Ephese

Sagalassos: evolutie van de keizercultus

Het einde van de keizercultus

Conclusie

Primaire bronnen

Literatuur

Bijlage

Inleiding

De keizerlijke cultus, de verering van de Romeinse keizer als een god staat centraal in dit onderzoek. De verering van levende personen als goden is een fenomeen dat slechts sporadisch opduikt in onze geschiedenis. Naast de Romeinse keizers die in dit werk centraal staan werden ook de Egyptische farao’s, de Perzische vorsten en de keizers van China, Japan en de Inca’s als goden vereerd. Deze goddelijke verering van de keizer komt echter niet uit het niets opdoemen. Vooral het Hellenistische deel van het Romeinse Rijk kent een lange geschiedenis van heersersculten, culten waarbij goddelijke eer bewezen wordt aan buitenlandse heersers

Ik wil in dit essay kijken naar de ontwikkeling van deze goddelijke verering van heersers en in het bijzonder natuurlijk de Romeinse keizers. Hierbij stel ik de vraag of er sprake is van een systeem en hoe groot de politieke invloed is. Dit doe ik aan de hand van een aantal case studies waarin ik de ontwikkeling van de keizerlijke cultus in een aantal steden in de Romeinse provincie Asia Minor onderzoek. Dit essay behandeld een lange periode, beginnend bij de Hellenistische heerser in de vierde eeuw voor Christus tot aan het einde van de keizersverering in de vierde eeuw na Christus. Het oostelijk deel van het Romeinse Rijk is het terrein van dit onderzoek.

De eerste twee hoofdstukken behandelen de aanloop naar de keizertijd en laten zien hoe de basis voor de keizerverering ontstaat. Het derde hoofdstuk houdt zich bezig met de opkomst van de keizercultus ten tijde van Augustus. Een casestudy van de ontwikkelingen in de provincie Galatia moeten dit illustreren. Hoofdstuk vier richt zich op de wisselwerking tussen de elite en de keizer. Ephese dient als casestudy. Het vijfde hoofdstuk gaat over de evolutie van de keizerlijke cultus in Sagalassos. Met behulp van het archeologisch materiaal is er een ontwikkeling door de tijd vast te stellen. Hiermee probeer ik duidelijk te maken dat er geen sprake was van uniformiteit binnen de keizersverering en een beeld te schetsen hoe de keizercultus opkomt in de eerste eeuw en weer verdwijnt in de vierde. Het afsluitende hoofdstuk gaat over de vraag hoe de keizersverering aan haar einde komt. Hierbij probeer ik een verband te leggen tussen de crisis van de derde eeuw en het einde van het euergetisme, gevolgd door de sociaal-culturele veranderingen van het Christendom.

Vroege ontwikkelingen in heerserscultus

Goddelijke status van heersers was van oudsher een wijze om de macht van de heerser te legitimeren. Heerserculten zien we daarom ook al ten tijde van de Egyptische farao’s (3100-30 v.Chr.) en bij de Akkadiërs (2400-2200). In de Griekse geschiedenis is er in de klassieke periode geen sprake van een dergelijke verering. Alexander de Grote is de eerste die een vorm van goddelijke verering van de kant van de Grieken ten deel valt. Paul Cartledge zegt er het volgende over: “Alexander, regardless, did nothing to discourage the view that he really was divine. His claim to divine birth, not merely divine descent, was part of a total self-promotional package, which included the striking of silver medallions in India depicting him with the attributes of Zeus. Through sheer force of personality and magnitude of achievement he won over large numbers of ordinary Greeks and Macedonians to share this view of himself, and to act on it by devoting shrines to his cult.”[1] De dood van Alexander de Grote in 323 v. Chr. luidde het begin in van de Hellenistische periode. Een periode waarin, zoals we in de eerste twee hoofdstukken zullen zien, de heersercultus zich evolueert. Deze evolutie hield in dat de kleinschalige verering van buitenlandse heersers, die zo hun macht binnen de instituties van de overwonnen steden een plaats gaven, zich ontwikkelde tot een systeem van verering in de late republiek, waarbij de politieke betrekkingen tussen de elite en steden enerzijds en Rome anderzijds centraal staan.

Op het gebied van de heerserverering was de situatie in het oostelijk deel van het Romeinse Rijk was compleet verschillend van die in het westelijk deel. De Griekse steden kregen in deze periode regelmatig te maken met een buitenlandse overheerser: de Macedonische Demetrius Poliorcetes en Antigonus Gonatas worden in het begin van de derde eeuw voor Christus korte tijd als ‘saviors’ vereerd in Athene. Rond 224 is het de dynastie van de Ptolemeeën die goddelijke eer krijgt toegekend.[2] Met de Hellenistische periode was er een tijd aangebroken waarin de Griekse stadstaten te maken kregen met een nieuwe vorm van bestuur. De creatie van de heersersculten was de oplossing van de steden, die zo de nieuwe macht van de buitenlandse heersers in hun bestuurlijke instituties een plaats gaven. De belangrijkste ontwikkeling in de nieuwe situatie was dat er sprake was van een autocratie die extern was aan de instituties van de stad, maar toch gedeeltelijk Grieks. Het was niet meer mogelijk om de heerser simpelweg als iemand van adel te beschouwen, zoals bij de tirannen, of om de heerser in zijn hoedanigheid van buitenlander niet te erkennen, zoals bij de Perzen.[3] De burgerlijke tradities van de Griekse steden hadden geen plaats voor een buitenlandse heerser. Price stelt dat de steden de heersersculten instelden als een poging om de nieuwe macht van de Hellenistische heersers in hun wereld te plaatsen. De culten van de traditionele goden waren het enige model voorhanden om een macht te representeren die extern en toch Grieks was, en waarvan de stad afhankelijk was.[4]

De heldenverering, een stapje lager dan goddelijke verering, was vanwege verschillende redenen niet goed genoeg voor de heersers. Ten eerste hebben de heldenculten een associatie met sterfelijkheid. Dit was een probleem voor de heersers, die deze negatieve lading niet aan hun heerschappij en dynastie wilden verbinden. Vergoddelijking omzeilt dit probleem door de heersers op te nemen in het pantheon van de goden. In Rome en het westelijk deel van het Romeinse Rijk zien we dat er na de dood van de keizers een officiële vergoddelijking, apotheosis, plaatsvindt. Daarnaast veranderde de aard van de heldenculten in de Hellenistische periode. Uit de begrafenisiconografie blijkt dat het aantal helden enorm stijgt. Officieel moesten helden erkend worden door een orakel, maar in de praktijk blijkt het dat een stad vrij was om elke burger tot held te verklaren en een cultus voor hem in te stellen.[5]

Het is waarschijnlijk dat de burgers de heldenverering zelf ook niet voldoende vonden voor hun heersers, gezien het feit dat de goddelijke eer die de steden aan hun vorsten bewezen voornamelijk op hun eigen initiatief werd toegekend. In Athene zien we dat de cultus voor Demetrius Poliorcetes door de bevolking wordt ingesteld, samen met de creatie van een dag en een maand en wordt er de Demetreia aan het festival van Dionysus toegevoegd.[6] Bewijs dat Demetrius Poliorcetes als god wordt beschouwd is de hymne die uit 291 is overgeleverd, de enige cultushymne voor een heerser die volledig is overgeleverd:

“How the greatest and dearest of the gods have come to the city! For the hour has brought together Demeter and Demetrios; she comes to celebrate the solemn mysteries of the Kore, while he is here full of joy, as befits the god, fair and laughing. His appearance is majestic, his friends all around him and he in their midst, as though they were stars and he the sun. Hail son of the most powerful god Poseidon and Aphrodite

The other gods are far away or do not have ears or do not exist or do not pay attention at all to us, but you we see present, not of wood or stone but real”[7]

In de hymne zien we dat de heerser een adventus (officiële intocht in de stad) krijgt in combinatie met de verering als een godheid. Ook wordt zijn naam etymologisch geassocieerd met die van Demeter en worden bovendien Poseidon en Aphrodite als zijn ouders genoemd. Zijn goddelijkheid blijkt ook uit zijn persoonskenmerken: blijdschap, schoonheid, koninklijkheid.[8] Wanneer de stad echter twintig jaar later overloopt naar de Ptolemeëen verdwijnen deze eerbewijzen ook weer.[9] In het geval van Athene lijkt er een duidelijke politieke motivatie te zitten achter de heersersculten, toch worden ze geaccepteerd en geïncorporeerd in het religieuze leven. Dit zien we ook terug in Teos in Ionië, waar de heersercultus in de heilige kalender van de stad is terug te vinden.[10]

De organisatie van de heersersculten was vanaf het begin gemodelleerd naar de verering van de goden. Centraal stond een offerritueel en daarnaast vormden een processie (pompè) en atletische en muzikale competities (agones) mogelijke onderdelen. Deze festiviteiten vonden meestal plaats op de verjaardag van de heerser, maar ook op andere belangrijke dagen (troonbestijging, overwinning etc.) werd er voor de heerser geofferd.[11] Met de komst van de Romeinen in de Hellenistische wereld in de tweede eeuw voor Christus ontstaat er een nieuwe machtssituatie waaraan de Griekse steden zich moeten aanpassen.

Romeinse Republiek

Wanneer koning Philippus V van Macedonië in 215 voor Christus pogingen doet om zijn gebied naar het westen uit te breiden, beginnen de Romeinen zich op hun oosterburen te richten. Binnen 50 jaar is Macedonië verslagen en is ook het Seleudische rijk in Asia Minor geannexeerd door Rome. Het Attalidische rijk rond Pergamon blijft nog wel als koninkrijk bestaan tot 133 voor Christus, wanneer de provincie Asia Minor wordt gecreëerd.[12] De heersersculten verdwijnen en worden in snel tempo vervangen door culten die de macht van Rome verheerlijken. Vanaf 195 voor Christus verschijnen deze culten in het oostelijk deel van het Romeinse Rijk. Een inscriptie uit de tweede eeuw voor Christus uit Aphrodisias laat zien dat de stad samen met een aantal buursteden de relatie met Rome en elkaar door middel van de verering van ‘Dea Roma’ probeert te versterken:

To Zeus Philios, Concord, and Dea Roma; (dedicated by) the Peoples of Plarasa/Aphrodisias, of Kibyra, and of Tabae who have taken oaths over newly-burnt offerings and made blood-offerings for their natural alliance, eternal concord, and brotherhood with each other; and in order that they shall take no action in opposition either to the Romans or to each other and that no one shall draft, advocate, introduce a proposal, or record anything contrary to what has been written in the sworn agreements; and that anyone who does anything in contravention of these shall be utterly destroyed, himself and his family, liable to a capital penalty and open to prosecution by anyone who wishes and in accordance with their common agreements, and that they shall jointly promote each other's advantage in every possible way, unreservedly; and that they shall observe what has been agreed.[13]

De cultus voor Roma, de personificatie van de Romeinse staat, was de meest voorkomende cultus van de Romeinse macht. Het was echter geen uniform model en er zijn vele variaties van culten van de Romeinse macht, zoals in Athene de cultus van de haard van de Romeinen en die van het volk van de Romeinen bestonden. Er waren ook culten voor de ‘universele Romeinse weldoeners’.[14]

De veranderingen van de Hellenistische heersers naar de Romeinse overheersing lijken een logische stap te zijn in het model van Price, waarin de culten worden gebruikt om de nieuwe heersers een plek in de wereld van de Griekse burgers te geven. Toch kunnen we niet spreken van een heersercultus omdat er nog sprake is van de Romeinse Republiek. Dit verklaart de focus op Roma en het Romeinse volk. Wat ook verandert is de schaal waarop de culten zich manifesteren. Bij de Hellenistische heerserculten zien we dat deze voornamelijk op lokaal, stedelijk niveau gesticht worden. De cultus van Roma krijgt in de late Hellenistische periode al duidelijk een universeel karakter. Zeker twintig van de gevonden culten voor Roma zijn van voor de keizertijd.[15]

In de loop van de eerste eeuw voor Christus zien we dat de cultus voor de ‘universele Romeinse weldoeners’ langzamerhand verdwijnt en plaats maakt voor culten ter ere van individuele weldoeners. De elite vergaarde status en eer door middel van euergetisme, het gebruiken van privé-financiën voor het bekostigen van publieke doeleinden, in ruil waar voor deze elite vervolgens publieke eer kreeg. In de Hellenistische periode bestond euergetisme vooral uit het vervullen van publieke functies, het houden van banketten en het financieren van publieke gebouwen. Ten tijde van de Romeinse Republiek ontstond er een nieuwe uiting van euergetisme die direct een dominerende rol gaat spelen; diplomatieke betrekkingen met Rome.[16] Het behalen van privileges voor de stad werd zo belangrijk gevonden dat deze ‘euergeten’ goddelijke eer kregen toegekend. Een goed voorbeeld hiervan is Theophanes van Mytilene.

Mytilene, de belangrijkste stad van Lesbos, koos in 88 voor Christus de kant van Mithridates in de eerste Mithridatische oorlog. Toen Mithridates verslagen was werd Mytilene door de Romeinen gestraft met hoge belastingen. De onderdrukking van Mytilene duurde achttien jaar en nam zelfs spreekwoordelijke vormen aan door een regel van Cicero in 63 v.Chr.: “Mytilene, which has clearly been made yours, fellow citizens, by the law of war and the right of conquest.”[17] Het einde aan de strafmaatregelen wordt toegeschreven aan het diplomatieke werk van Theophanes.[18] Greg Rowe laat in zijn boek ‘ Princes and political cultures: the new Tiberian senatorial decrees’ uit 2002 door middel van vier inscripties duidelijk zien dat de eer die de stad aan Theophanes toekent uitgroeit tot goddelijke eer. De eerste inscriptie uit 67 v. Chr eert Theophanes, die op dat moment de top van de bestuursfuncties in de stad heeft bereikt:

[...]


[1] P. Cartledge, ‘Alexander the Great: Hunting for a New Past?’ History Today 54 (2004) 7; 10-16.

[2] C. Habicht, Athens, From Alexander to Antony (Cambridge 1997) 164-182.

[3] Price, Rituals, 25-26.

[4] Ibidem, 26-30.

[5] Ibidem, 33-36.

[6] C. Habicht, Athen: Die Geschichte der Stadt in hellenistischer Zeit (München 1995) 94-95.

[7] A. Chaniotis, ‘The Divinity of Hellenistic Rulers, A Companion to the Hellenistic World ed. A. Erskine (Oxford 2003) 431-432. ; Douris FGrH76 F13.

[8] Ibidem, 431.

[9] Habicht, Athen, 95. Wat wel behouden blijft is de uitbreiding van de Atheense phylen (tribes) met de tribe Demetrias en Antigonis (in ieder geval tot rond 200). Zie voor meer informatie Shear, T.L. Jr., ‘The Monument of the Eponymous Heroes in the Athenian Agora’ Hesperia 39 (1970) 145-220.

[10] Price, Rituals, 37.

[11] Chaniotis, Divinity, 438.

[12] Price, Rituals, 40-41. ; M. Grant, History of Rome (London 1978) 115-120.

[13] J.M. Reynolds, Aphrodisias and Rome: documents from the excavation of the theatre at Aphrodisias (London 1982). nr. 1. Zie ook: http://insaph.kcl.ac.uk/iaph2007/iAph080210.html

[14] Price, Rituals, 41-42.

[15] Ibidem, 43.

[16] Rowe, G. Princes and political cultures: the new Tiberian senatorial decrees, (Michigan 2002) 127-128.

[17] Cicero, De Lege Agraria, 2.16.40

[18] Rowe, Princes, 130-131.

Excerpt out of 32 pages

Details

Title
Keizerverering in het Griekse Oosten
College
University of Groningen
Course
The Roman Emperor
Grade
8/10
Author
Year
2009
Pages
32
Catalog Number
V129093
ISBN (eBook)
9783640360895
ISBN (Book)
9783640360628
File size
2152 KB
Language
Dutch
Tags
Keizerverering, Griekse, Oosten
Quote paper
Paul Wierda (Author), 2009, Keizerverering in het Griekse Oosten, Munich, GRIN Verlag, https://www.grin.com/document/129093

Comments

  • No comments yet.
Read the ebook
Title: Keizerverering in het Griekse Oosten


Upload papers

Your term paper / thesis:

- Publication as eBook and book
- High royalties for the sales
- Completely free - with ISBN
- It only takes five minutes
- Every paper finds readers

Publish now - it's free