Van Ostaijen en Przybyszweski

Berlijn in de moderne Nederlandse literatuur


Presentation (Elaboration), 2007
14 Pages

Excerpt

Inhaltsverzeichnis:

Inleiding:

1. Korte gegevens van de schrijvers
1.1 Przybyszewski- biografie
1.2 Biografie van Ostaijen

2. De Berlijnse periode
2.1. Berlijn in de fin de siècle
2.2. Ostaijen in Berlijn

3. Het beeld van Berlijn in hun werken
3.1. Ferne komm ich her... Erinnerungen an Berlin und Krakau van Stanislaw
Przybyszewski 1985
3.2. Paul van Ostaijen en zijn Bezette stad

Literatuur:

Primair:

Secundair:

Internetbronnen:

Inleiding:

In mijn referaat ga ik twee beelden van Berlijn presenteren. Aan de andere kant wil ik over het beeld van Berlijn van een Polse schrijver S. Przybyszewski vertellen, die van 1892 tot 1898 in Berlijn was. Hier war mijn poging dat ik deze schrijver met de ervaringen van Berlijn van Albert Verwey, die 1898 in Berlijn aankwam, ga vergelijken. Dat is helaas niet mogelijk omdat na mijn onderzoek de primair tekst van Verwey Holland en Duitschland niet te krijgen is. Daarom ook probeer ik aan andere kant het Nederlandse of echter Vlaamse beeld van Berlijn van Paul van Ostaijen, die 1918 in Berlijn aankwam, te tonen. In mijn referaat zal ik me aan de volgende punten houden:

- korte gegevens van de schrijvers
- de Berlijnse periode van de auteurs
- het beeld van Berlijn in hun werken
- afsluitend: overeenkomst en verschillen van de uitbeelding van Berlijn bij Przybyszewski en Van Ostaijen.
- Handout- een vergelijking Przybyszewski en Van Ostaijen

1. Korte gegevens van de schrijvers

1.1 Przybyszewski- biografie

Toneelschrijver, romanschrijver, dichter, publicist, vertaler (Łojewo, 7.05.1868 – Jaronty, 23.11.1927, Polen)

Stanisław Przybyszewski was de zoon van een dorpsonderwijzer in een klein dorpje vlakbij Torun. Eerst was hij leerling aan het Duitse gymnasium in Toruń. 1889 vertrok hij naar Berlijn waar hij architectuur en medicijnen studeerde. In 1891 werkte hij om in zijn levensonderhoud te voorzien in de redactie van Gazeta Robotnicza. Door de samenwerking aan de komunistische tijdschrift werd hij uit de universiteit verbannen. Door een vriend doctor Asch, in wiens huis hij vak gast was, kwam Przybyszweski in aanraking met uitmuntende persoonlijkheden uit het culturele leven in Berlijn, zoals o.a. Alfred Mombert, Edvard Munch, Ola Hansson. Daar kwam hij ook in aanraking met de nieuwe stromingen in de geesteswetenschappen: met het naturalisme van Emile Zola, met de filosofie van Arthur Schopenhauer, Friedrich Nietsche en Henri Bergson alsmede met de werken van de Duitse en Scandinavische schrijvers – Henrik Ibsen en August Strindberg. Een jaar later publiceerde hij in het Duits de studie ‘Uit de psychologie van scheppende eenheden’. In 1893 trouwde hij met de Noorse Dagny Juel, die gezien werd als een femme fatale, maar had een sterke positie in Berlijnse artistieke bohémien. In de daaropvolgende jaren (1893-1897) ontstonden de prozagedichten Totenmesse, Vigilien, De profundis, Am Meer, en verschillende studies, o.a. over Munch, Hansson en Nietsche. Ook ontstonden de eerste romans, eveneens geschreven in het Duits: Homo sapiens en Satans Kinder. In de laatste verschenen demonische elementen die in latere romans (Synagoga szatana, Il regno doloroso) terug zouden keren. In 1898 vertrok Przybyszewski naar Krakau waar hij al snel de leider werd van de artistieke bohémiens van ‘Młoda Polska’. In zijn schrijverschap zijn manifesten die moderniserende leuzen propageerden als “kunst voor de kunst” te vinden. Veel helden in zijn drama’s zijn weer geslingerd tussen de deterministische natuurwetten en een enorme levenswil. Hij overleed in een dorp in Polen in 1927.

1.2 Biografie van Ostaijen

Leopold Andreas van Ostaijen werd op 22. februari 1896 in Antwerpen geboren als zoon van een Nederlanders en Limburgse moeder. Paul was de jongste van zeven kinderen. Eerst volgde hij katholieke scholen. Hij was geen goede leerling. Terwij zijn medeleerlingen nar Gezelle en Van de Woestijne keken, toont hij de belangstelling voor Rilke, Rimbeaud en Verlaine. Hij werd von de jezuïtenschool gestuurd omdat hij verboden lectuur las en verspreidde. Hij ging naar de koninklijk atheneum, waar hij zich bij de literair Vlaamsche Bond aansloot. Hij vooltiode zijn middelbare opleiding niet en ging aan de slag als bediende op het stadhuis van Antwerpen. Tijdens de Wereldoorlog publiceerde hij in verschillende kranten als De Vlaamsche Gazet of Antwerpsche Courant.

Er was een groot contrast tussen het bruisende uitgangsleven inhet statiekwartier met zijn cafè Hulstkampen zijn music halls aan de ene kant, en de somberheid van de bezetting aan de tweede kant. In die tijd proefde Ostaijen gretig van het nachtleven en cocaïne. Zijn eerste door Duitse expressionisme beïnvloede literaire bijdragen publiceerde hij in flamingantische bladen. Zijn debuut was in 1916 met de bundel Music-Hall en daarna volgde de bundel Het Sienjaal.

In het eind van 1917 was hij betrokken bij een activistische betoging tegen kardinaal Marcier waardoor hij een geldboete en een veroordeling tot gavangenisstraf teweegbracht. In November 1918 vluchtte Van Ostaijen met zijn vriendin Emmke Clèment naar Berlijn om de vervolging in België te ontlopen. In Berlijn was voor hem geen goede periode. Hij leefde in armoede. Van Ostaijen was in Berlijn niet de spil van de artistieke gebeurtenissen, wat in Antwerpen wel het geval was geweest. Nittemin ontstonden in Berlijn zijn twee belangrijkste dadaïstische gedichten De feesten van angst en pijn en Betette stad. 1921 kwam hij naar België terug an een amnestie en volbracht met tegenzin zijn dienstplicht in het Belgische leger. Na zijn terugkeer keerde zich van Ostaijen van Dada af en propageerde zuivere lyriek: Poëzie is woordkunst en geen middel om andere doelen te bereiken. Poëzieheeft eigenlijk niets te vertellen, buiten uitzeggen van het- vervuld-zijn-van-het-ontzegbare.

Na 1924 organiseerde hij in de galerie exposities van internationaal bekende schilders en gaf lezingen over moderne kunst en poëzie. Daarnaast publiceerde hij gedichten, proza, essays en recensies. Hij had grote problemen met zijn longen na een longenontstaking en moest vaak rust op de platteland zoeken. Vanaf september verbleeft hij in het sanatorium waar hij onverwacht in de nacht van 17 op 18 maart 1928 in Aoverleed.

2. De Berlijnse periode

2.1. Berlijn in de fin de siècle

In de tijd van eeuwwisseling was Berlijn de dicht bevolkte stad van de wereld. Er wordt veel gebouwd vooral voor de steeds in het Noorden en het Oosten van de stad grotere arbeidersklasse (zo genoemde Mietskasernen). Het ontstond het nieuwe Westen van Ku´amm tot Schloss Charlottenburg met trambanen, electititeit en moderne woningen. De tijd van keiser Wilhelm de Tweede.Het cultuurleven bevindt zich niet in het midden van stad maar echter buiten. De kunstenaar en schrijvers ontmoeten echter in salons van bekende personen dan in de stad. Af en toe zijn de cafe´s als Zum schwarzen Ferkel schouwburgen van het kunstenaarsontmoetingen. Dat is de tijd van het realisme en Berlijnse secession.

2.2. Ostaijen in Berlijn

Berlijn verbracht Van Ostaijen drie jaar van de herfst 1918 tot de herfst1921. In de gezelschap van de vriendin Emmke Clèment vertrok hij naar Berlijn. Paul en Emma betrokken een kamer in Wilhelmstrasse 3B, waar zij terechtkwamen in de revolutie, die op 9. november 1918 uitbrak.Enkele weken later vertrokken zij naar Joachim- Friedrichstrasse 10. Toenmaals was de Duitsehoofdstad ten prooi aan de geestleijke en materiële ellende van e verloren oorlog. Duitsland was op de rand van de burgeroorlog. Berlijn was in die tijd de schouwburg van het machtstrijd tussen de socialisten van Fritz Ebert en de communistische Spartacusbonden van Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, waarmee Van Ostaijen sympatiseerde Nast de politieke ramp was Berlijn in diezelfde tijd het brandpunt van artistieke revolutie. Berlijn was een zeer grimmige maar artistiek bloiende stad. In die jaren beroerde het politieke dadaïsme het cultuurleven in Berlin van 1918 tot 1921 dus precies die jaren die Van Ostaijen daar verbleef. Paul van Ostaijen was ooggetuge van de dadaistische manifestaties onder het motto´s Dada ist politisch, Kunst ist tot. Het gevolg van de contact met Dada- beweging zijn twee boken De feesten van angst en pijn en Betette stad. Niet alleen met Dada maar ook met de expressionistische beweging Der Sturm raakt Van Ostaijen in Berlijn in contact. Opvallend is dat Van Ostaijen in Berlijn het gezellschap van de letterkundigen zoveel mogelijk ontliep. Hij had echters contact met verschillende Duitse kunstenaars, ondermeer in Cafè des Westens, waar hij geregeld gast was. Materieel leefde hij in vrij penieble omstandigeden. Hij leefde in armoede. Zijn baantjes als sigarettenverkoper, oppikker voor een nachtlokaal of schoenverkoperbrachten weinig geld. Hij leefde op de kap van Emmke die als manequin en fotomodel werkte. Ook zijn broer Constantin stuurde hem af en toe geld. Van Ostaijen liep in het marasme van het naoorlogse Berlijn. Zijn humanitaire idealen, die hij in Het Sienjaal formuleerde leden schipbreuk. Hij raakt in een crisis, had heimwee en zal wel lefdesvedriet gehad hebben na de breuk met Emmke. Op 23 mei 1920 had Van Ostaijen aan Eugene de Bock laten weten dat hij het leven te Berlijn moe was. In de herfst 1921 waagde hij naar België terug te keren.

[...]

Excerpt out of 14 pages

Details

Title
Van Ostaijen en Przybyszweski
Subtitle
Berlijn in de moderne Nederlandse literatuur
College
Free University of Berlin
Author
Year
2007
Pages
14
Catalog Number
V129398
ISBN (eBook)
9783640381968
ISBN (Book)
9783640381999
File size
504 KB
Language
Dutch
Tags
Ostaijen, Przybyszweski, Berlijn, Nederlandse
Quote paper
Irena Glodowska (Author), 2007, Van Ostaijen en Przybyszweski, Munich, GRIN Verlag, https://www.grin.com/document/129398

Comments

  • No comments yet.
Read the ebook
Title: Van Ostaijen en Przybyszweski


Upload papers

Your term paper / thesis:

- Publication as eBook and book
- High royalties for the sales
- Completely free - with ISBN
- It only takes five minutes
- Every paper finds readers

Publish now - it's free