Borgtocht in kort bestek


Essay, 2010
15 Pages

Excerpt

Borgtocht

A. Bepaling & situering

A.1. Het begrip 'borgtocht' vindt toepassing in velerlei takken van het recht. Borgtocht valt in sommige gevallen te plaatsen onder het publiek recht, hoewel men veelal te maken heeft met borg in het privaatrechtelijk kader [1].

De eigenlijke wetgeving omtrent borgtocht vindt men hoe-dan-ook terug in het privaatrecht, m.n. in het derde boek 'de wijze waarop eigendom verkregen wordt' - van hieruit kent borgtocht praktijk in verbintenissenrecht, vennootschapsrecht, en is bovendien misschien nog het meest bekend door het strafrecht/strafvordering, in het kader van een voorwaardelijke invrijheidsstelling. Op de verschillende toepassingen al naargelang het gebied wordt in dit werk dieper ingegaan.

A.2. Een poging tot algemene definiëring kunnen we wagen a.d.h.v. de wettelijke bepaling [2] "hij die zich voor een verbintenis borg stelt, verplicht zich jegens de schuldeiser, aan die verbintenis te voldoen, indien de schuldenaar niet zelf daaraan voldoet".

Dit houdt in dat een derde persoon zich garant stelt voor de schuldenaar t.a.v. de schuldeiser, wat ertoe strekt dat degene die zich borg stelt verantwoordelijk is, indien de oorspronkelijke schuldenaar de bepalingen van zijn verbintenis met de schuldeiser niet nakomt. De borgtocht is afhankelijk van het al dan niet naleven van de hoofdverbintenis: het is dus een accessoire overeenkomst [3].

We kunnen dus de borgstelling beschouwen als een 'driehoeksverbintenis' die men als volgt schematisch kan voorstellen:

Hieruit kunnen we afleiden dat de borgstelling in feite een 'contract' is, en dus ook onderhevig is aan inhoudelijke voorwaarden (zie: B.Voorwaarden). Men kan zich borg stellen zonder opdracht van hem voor wie men zich verbindt en zelfs buiten zijn weten.

Deze bepaling leidt ons tot het mogelijke eenzijdige karakter van de borgstelling van het contract. [4] Als men zich borg stelt heeft men wel een band met de eigenlijke schuldenaar (zie supra) maar het eigenlijke contract is dat tussen de schuldeiser en de borgsteiler, waarbij de schuldeiser in feite zelf geen echte verplichting hoeft na te komen.

B. Voorwaarden

B.l. Aangezien borgtocht een contract is, zijhet eenzijdig of zij het consensueel (zie: randnummer 2), zou het moeten beheerst worden door de op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvoorwaarden. We zullen zien dat borgtocht hier enigszins van afwijkt, aangezien strikte vormvoorwaarden niet vereist zijn [5]. Echter is men wel gehouden tot enkele regels omtrent deze borgtocht:

Zo vindt men in art.l326 B.W. dat "een onderhands biljet of een onderhandse belofte waarbij een enkele partij zich tegenover de andere verbindt om haar een geldsom of een waardeerbare zaak te betalen, moet geheel geschreven zijn met de hand van de ondertekenaar; of tenminste moet deze, benevens zijn handtekening, met de hand een goed voor of een goedgekeurd voor geschreven hebben, waarbij de som of de hoeveeldheid van de zaak voluit in letters is uitgedrukt. (...)"

Noot: de woorden 'goed voor' of' goedgekeurd voor' zijn slechts nodig bij een borgtocht met een burgerrechtelijk karakter. In principe is elke borgtocht burgerrechtelijk, behalve wanneer de borg gesteld wordt door een handelaar. [6]

B.2. De bepalingen van art. 1326 B.W. vindt men hertaald in termen van borgtocht terug in o.m. art. 2013 B.W., dat bepaalt dat "Borgtocht niet kan worden aangegaan voor meer dan hetgeen de schuldenaar verschuldigd is (...)".

Belangrijk hierbij is dat, wanneer men dit toch zou doen, het contract of de borgtocht niet nietig is, maar dat de borgtocht alleen wordt verminderd tot hetgeen in de hoofdverbintenis (i.e. de oorspronkelijke verbintenis tussen de hoofdschuldeiser en de hoofdschuldenaar) begrepen is.

De Hoge Raad in Nederland doet in 2008 uitspraak [7] over een zaak in het kader van de wet die bepaalt dat bij een particuliere borg (zie: C. Soorten):

- ofwel in de overeenkomst van borgtocht zelf een maximumbedrag moet worden genoemd
- ofwel het bedrag van de hoofdverbintenis moet vaststaan.

In deze zaak was er een borgstelling voor een leningsovereenkomst en een huurovereenkomst, waarbij enkel in de leningsovereenkomst een bedrag (de lening) genoemd was.

De Hoge Raad der Nederlanden [8] heeft bepaald dat de borgstelling enkel geldig was voor het bedrag van de lening.

Terug in België stelt art. 2015 B.W. in de lijn van art. 1326 B.W. dat "Borgtocht niet kan worden vermoed, hij moet uitdrukkelijk zijn aangegaan, en men mag hem niet verder uitstrekken dan de perken waarbinnen hij is aangegaan".

Dat de borg slechts gehouden is tot de oorspronkelijke schuld volgens dit artikel werd bevestigd door Cassatie in 1989 [9]. Ook indien de schuldenaar de verbintenis zonder toestemming van de borgsteller uitbreidt, is deze enkel gehouden tot de oorspronkelijke schuld.

Een tweede verduidelijkende zaak rond art. 2015 B.W. doet zich voor bij Cassatie in 1986; in de zaak Schobiltgen-Pagani [10] stelt Cassatie dat de borgtocht in principe aan geen enkel vormvoorschrift moet voldoen zoals hierboven vermeld, maar stelt als voorwaarde dat degene die zich verbindt, op ondubbelzinnige wijze van de wilsuiting (tot borgstelling) doet blijken.

B.3. Wanneer men kijkt naar de algemene voorwaarden van een contract spreken al deze artikelen voor zich; tot de geldigheid van een overeenkomst zijn namelijk vier voorwaarden [11] vereist:

- De toestemming van de partij die zich verbindt (zie: // aan de vereiste handtekening en het in schrift stellen volgens art.1326 B.W.)
- Haar bekwaamheid om contracten aan te gaan (zie: infra)
- Een bepaald voorwerp als inhoud van de verbintenis (zie: borgtocht mag niet verder uitstrekken dan de perken waarbinnen hij is aangegaan) [12]
- Een geoorloofde oorzaak van verbintenis (zie: borgtocht kan niet bestaan dan voor een geldige verbintenis) [13]

Gebrekkige toestemming kan ontstaan door o.m. dwaling (men contracteert doordat men een verkeerde voorstelling heeft van de zaken), bedrog (men contracteert doordat de andere partijdoor listen of kunstgrepen de zaken anders voorstelt of door een bedrieglijk stilzwijgen) of tenslotte door geweld.

B.4. Tot dusver kunnen we besluiten dat de voorwaarden voor borgtocht in grote mate parallel lopen aan de voorwaarden voor het sluiten van ieder contract.

Een laatste belangrijk pakket aan voorwaarden voor het stellen van een rechtskrachtige borg vinden we in art. 2018 B.W. : " De schuldenaar die verplicht is een borg te stellen, moet een borg aanbieden die bekwaam is om contracten aan te gaan, die genoegzaam gegoed is om aan de verbintenis te kunnen voldoen, en die zijn woonplaats heeft binnen het rechtsgebied van het hof van beroep waar de borgstelling moet plaatshebben" .

De gegoedheid van een borg wordt alleen beoordeeld naar zijn onroerende eigendommen, althans art. 2019 B.W. Dit blijkt vooral zinvol omdat onroerende goederen moeilijker te verbergen zijn [14]. De borgsteller moet -vanzelfsprekend- voor zichzelf nagaan of de hoofdschuldenaar ook zelf 'genoegzaam gegoeď is vooraleer hijde borg aangaat.

Het nut van het hebben van de woonplaats binnen hetzelfde rechtsgebied heeft historische wortels [15]; men moet steeds in het achterhoofd houden dat de wetgever van 1804 aan het woord is in het Burgerlijk Wetboek, aldus een periode voor de informatisering waarbij het moeilijk zou zijn voor de schuldeiser -en er onvermijdelijk extra kosten aan verbonden zouden zijn- om de aflossing van de schuld te bekomen indien de borg in een ander rechtsgebied zou wonen.

Tot slot is er ook nog de vereiste van bekwaamheid; onbekwaam om contracten aan te gaan zijn: minderjarigen, onbekwaamverklaarden en, in het algemeen, al degenen aan wie de wet het aangaan van bepaalde contracten verbiedt' [16]

B.5. Ook vennootschappen kunnen borgtocht aangaan, al mag men hier niet te kort door de bocht gaan: deze borgtocht mag niet strijdig zijn met de aard van de vennootschap en moet terwille zijn van het verwezenlijken van het doel van de vennootschap. [17] [18]

In verschillende Europese landen is de regelgeving hieromtrent identiek. [19]

C. Soorten

С.1. Zoals bepaald in А.1. dekt het begrip 'borgtocht' een heel brede lading. Vooreerst is het dus van belang een onderscheid te maken in de verschillende soorten borgtocht. [20]

Beknopt weergegeven kan borgtocht ontstaan:

door een wetsbepaling (de wettelijke borgtocht) door een rechterlijke uitspraak (de rechterlijke borgtocht)

- door een overeenkomst (de gewone of de conventionele borgtocht)

In de eerste twee gevallen spreekt men van een 'verplichte borgtocht' - i.e. een aantal gevallen waarin de wetgever voorzien heeft dat een borg nodig is of dat de rechter kan beslissen dat dergelijke borg nodig is. De rechter kan dit enkel in de gevallen door de wet bepaald; in randnr. 9 wordt een voorbeeld hiervan gegeven.

Specifieker onderscheiden we nog de achterborg, de tegenborg, de solidaire borgtocht en de kosteloze borgtocht [21] [22], hoewel deze te plaatsen zijn onder bovenstaande categorieën.

[...]


[1] M. VAN QUICKENBORNE, Borgtocht, E.Story-Scientia, Gent, 1999, 518p., nr.59.

[2] art.2011 BW

[3] Cass. 7 januari 1972, Arr.Cass. 1972, I, p. 445-447 en Pas. 1972 I, p.441-443. Cass. 16 december 1994, Arr. Cass. 1994, II, p. 1121 en Pas. 1994.

[4] M. VAN QUICKENBORNE, Borgtocht, E.Story-Scientia, Gent, 1999, 518p., nr.23

[5] CH. DE WULF, Het Opstellen van notariële akten - bijzondere overeenkomsten, Kluwer, 2007, 452p.

[6] Rb. Brussel 4 november 1974, BRH. 1975, p. 113-117.

Rb. Brussel (18e K) 21 April 1998, Pas. 1997,11,78.

[7] HR. (NL) 19 september 2008, JOR 2008/323

[8] J. VAN SCHELLEN, Wat doet de Hoge Raad?, Kluwer, 1980, 27p. en www.rechtspraak.nl

[9] Cass. 20 april 1989, AR 8081, Sanky/Van Fraken, Arr. Cass. 1988-89, 964, noot DE PAGE, Traité, VI, nrs. 877 en 904, blz. 861 tot 865 en blz. 884.

[10] Cass. 11 september 1986, AR 7487, Schobiltgen/Pagani, Arr.Cass. 1986-1987.

[11] art. 1108 BW

[12] eigen cursivering: vanzelfsprekend, het is immers de oorspronkelijke bedoeling van borgtocht an sich en de borgsteller zieh enkel borg te stellen voor de schuld. Er kunnen dus geen schulden verhaald worden op de borgsteller waartoe hij zich niet verbonden heeft borg te staan.

[13] art. 2012 BW

[14] M. VAN QUICKENBORNE, Borgtocht, E.Story-Scientia, Gent, 1999, 518p.

[15] M. VAN QUICKENBORNE, Borgtocht, E.Story-Scientia, Gent, 1999, 518p.

[16] art. 1124 BW

[17] Cass. 31 mei 1957, Arr. Cass. 1957, 825, Pas. 1957, I, 1176 .

[18] Cass. 13 april 1989, Arr.Cass. 1989-90, 920, R.W. 1989-90, 253.

[19] Cautionnement par une S.A.: Cass.(FR) Chambre Commerciale, 15 oktober 1991, Repertoire de Jurisprudence III, 89-19969

[20] CH.DE WULF, Het Opstellen van notariële akten - bijzondere overeenkomsten, Kluwer, 2007, 452p., nr.355

[21] Kh. Turnhout (2e k:) 10 januari 2006, RW 2005-2006, afl. 33,1312.

[22] In het basisontwerp wordt er gewag gemaakt van borgtocht uit vrijgevigheid. Deze formulering behouden zou echter aanleiding kunnen geven tot oeverloze discussies; de intentie van partijen achterhalen is namelijk een moeilijke kwestie. Cfr. E. DIRIX, "Borgtocht in het ontwerp reparatiewet failissement: 'omwille van je blauwe ogen'", R.W. 2001-02, p.717, nr.4

Excerpt out of 15 pages

Details

Title
Borgtocht in kort bestek
College
Vrije University Brussel  (Brussels)
Author
Year
2010
Pages
15
Catalog Number
V169978
ISBN (eBook)
9783640885756
ISBN (Book)
9783640885527
File size
433 KB
Language
Dutch
Notes
Algemene rechtswetenschappelijke bespreking in kort bestek van borgtocht naar Belgisch recht.
Tags
borgtocht, zekerheden, privaatrecht, verbintenis
Quote paper
Noë Schellinck (Author), 2010, Borgtocht in kort bestek, Munich, GRIN Verlag, https://www.grin.com/document/169978

Comments

  • No comments yet.
Read the ebook
Title: Borgtocht in kort bestek


Upload papers

Your term paper / thesis:

- Publication as eBook and book
- High royalties for the sales
- Completely free - with ISBN
- It only takes five minutes
- Every paper finds readers

Publish now - it's free