Bij het lezen van de literatuur over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd viel de rol die de jongeren speelden mij op. De organisatiegraad van deze jongeren, in diverse groepen en eenheden dacht ik te kunnen herleiden tot de invloed die Japan tijdens de bezettingstijd op de jeugd had uitgeoefend. Deze constatering bleek maar op een deel van de waarheid te berusten. Zo kwam ik mij inlezend in het onderwerp, op het ontstaan van de Indonesische jeugdbeweging aan het begin van deze eeuw. De vraag die centraal zou staan voor mijn doctoraalscriptie was die naar de rol van de jongeren in het politieke leven in Indonesië. Daar deze formulering wellicht te ruim zou zijn heb ik haar bondiger gemaakt. De uiteindelijke vraag die centraal zal staan in deze scriptie is: ‘In hoeverre is de rol van de jongeren in de beginfase van de onafhankelijkheidsstrijd terug te voeren op de invloed van Japan tijdens de bezettingstijd.’
Met de beginfase van de onafhankelijkheidsstrijd wordt de Bersiaptijd bedoeld. Voor het antwoord heb ik naast de gelezen literatuur ook archiefonderzoek gedaan. Mijn kennis over de beginperiode van de jeugdbeweging, de jaren 1908-1939 berust vooral op literatuur. In het RIOD-archief, de Indische Afdeling, heb ik mijn kennis over de Japanse bezettingstijd verdiept. Daarnaast heb ik voor deze periode onderzoek gedaan in het Algemeen Rijksarchief in Den Haag. Naast de haast ontelbare documenten, variërend van vlugschriften tot officiële documenten over de Japanse jeugdorganisaties, heb ik inzage gehad in diverse persoonlijke dagboeken. Deze ego-documenten gaven een zeer persoonlijk beeld van de hardheid van de strijd die na de onafhankelijkheidsverklaring is uitgebroken. Door het grote aantal documen¬ten die ik in deze staatsarchieven onder ogen heb gehad was het niet mogelijk naam en toenaam in de noten te vermelden. Alleen de belangrijkste heb ik vermeld.
Inhoudsopgave
Inleiding
I Het ontstaan van de eerste jeugdorganisaties, de jaren 1910-1930
1 De nationalisten en de islamitische groeperingen
2 De politieke organisaties in de jaren ‘30
3 De eerste jeugdverenigingen en de jaren ‘20
4 Organisaties van universiteitsstudenten en de eerste grote jeugdcongressen
II De Japanse bezettingstijd en de jeugdbeweging
5 De Japanse verovering en de instelling van militaire besturen
6 Generaal Imamoera en het Japanse militaire bestuur
7 De 3 A Beweging
8 Soekarno en de voorbereidingen voor een nieuwe massabeweging
9 De Poetera
10 De mobilisatie van de jongeren en de Seinendan
11 De militaire vrijwilligerscorpsen Peta, Heiho en Keibödan
12 De anti-Japanse ondergrondse groepen
13 De Djawa Hökökai en de Barisan Pelopor
14 De jeugdorganisaties in het laatste oorlogsjaar
III De Japanse capitulatie en de jeugdcongressen in 1945
15 Het Villa Isola Congres en de Angkatan Moeda
16 De onafhankelijkheidsverklaring en het jeugdcongres in Jogjakarta
17 De poging tot machtsovername van de Republiek tijdens de Bersiaptijd
18 De strijd in Bandoeng en Soerabaja
Conclusie
Doelstelling en onderzoeksthema's
Deze scriptie onderzoekt in hoeverre de actieve rol van de Indonesische jeugd in de beginfase van de onafhankelijkheidsstrijd (de Bersiaptijd) direct terug te voeren is op de invloed en organisatiegraad die door de Japanse bezettingsmacht tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gestimuleerd.
- Ontstaan en ontwikkeling van de nationalistische jeugdbeweging (1908-1939).
- De impact van de Japanse bezetting op de structuur en militarisering van de jeugdorganisaties.
- De rol van ondergrondse, anti-Japanse verzetsgroepen onder jongeren.
- Het veranderende politieke bewustzijn van jongeren na de Japanse capitulatie.
- De gewelddadige machtsovernames en vlagincidenten tijdens de vroege Bersiaptijd.
Auszug aus dem Buch
De anti-Japanse ondergrondse groepen
Naast de door Japan gesteunde en opgezette grote jeugdorganisatie’s, bestonden de onder grondse anti-Japanse jeugdgroepen. Hun Invloed zou zich in augustus 1945 manifesteren (zie hoofdstuk III). In een poging de nationalistische jongerenbeweging te gebruiken voor de Japanse doeleinden werden eind 1942 de z.g. asrama’s, de internaten, opgericht. De bedoeling was om in deze asrama’s geschoolde jongeren op te leiden. Soekarni, voor de oorlog mede-oprichter van de Partindo-afdeling in Blitar en destijds hoofdbestuurslid van Indonesia Moeda, werkte hieraan mee. Hij was in dienst van de Japanse Propagandadienst, de Sendenbu. Al tijdens de Japanse voorbereidingen voor de Poetera ontstond het internaat ‘Menteng 31' in Batavia.
Shimizu, de Japanse Leider van de ter ziele gegane 3 A Beweging droeg de verantwoorde lijkheid van de asrama aan de Menteng 31 in Batavia. Aan deze Instelling gaven Indonesiche nationalistische leiders zoals Soekarno, Hatta en Amir Sjarifoeddin onderwijs. Zij hoedden zich ervoor dat het onderwijs aan de asrama geen anti-Japanse inhoud zou krijgen. Hun onderwijs was duidelijk nationalistisch gekleurd. Een jaar later, eind 1943 ontstond op het terrein aan de Menteng 31 de Gerakan Indonesia Merdeka, de Gerindom. D.N.Aidit, M.H.Loekman en Soeko die de leiding van de Gerindom hadden probeerden de jongeren aan de asrama een communistische scholing te geven. De Gerindom had een actiegroep, de ‘Banteng Merah’ die onder leiding van Soeko, Sjamsoedin en Sisik Kertapati stond.
Samenvatting van de hoofdstukken
I Het ontstaan van de eerste jeugdorganisaties, de jaren 1910-1930: Dit hoofdstuk behandelt de opkomst van de nationalistische en islamitische bewegingen en hoe jeugdorganisaties zich verhielden tot het koloniale beleid.
II De Japanse bezettingstijd en de jeugdbeweging: Dit deel beschrijft de transformatie van de Indonesische maatschappij en de militarisering van jeugdbewegingen onder streng Japans toezicht.
III De Japanse capitulatie en de jeugdcongressen in 1945: Dit slothoofdstuk analyseert de gewelddadige machtsovernames door jongeren na de Japanse overgave en hun invloed op de vroege onafhankelijkheidsfase.
Schlüsselwörter
Indonesië, onafhankelijkheidsstrijd, jeugdbeweging, Bersiaptijd, Japanse bezetting, nationalisme, Soekarno, Hatta, Peta, Seinendan, Poetera, Djawa Hökökai, ondergrondse groepen, studenten, Bandoeng, Soerabaja.
Veelgestelde vragen
Wat is het fundamentele onderwerp van dit onderzoek?
Het onderzoek richt zich op de rol van de Indonesische jeugd in de politieke geschiedenis van Indonesië, specifiek in de periode van de vroege onafhankelijkheidsstrijd.
Wat zijn de belangrijkste thematische gebieden?
De centrale thema's zijn de ontwikkeling van politieke jeugdorganisaties, de impact van Japanse militaire indoctrinatie en de radicalisering van jongeren na de Japanse capitulatie.
Wat is de primaire onderzoeksvraag?
De centrale vraag luidt: in hoeverre is de rol van jongeren in de beginfase van de onafhankelijkheidsstrijd terug te voeren op de invloed van Japan tijdens de bezettingstijd?
Welke wetenschappelijke methode wordt gehanteerd?
Naast literatuuronderzoek naar de beginperiode van de jeugdbeweging heeft de auteur uitgebreid archiefonderzoek verricht in het RIOD-archief en het Algemeen Rijksarchief in Den Haag.
Wat wordt er in het hoofddeel behandeld?
Het hoofddeel behandelt de evolutie van nationalistische organisaties in het koloniale tijdperk, de Japanse hervormingen tijdens de bezetting en de gewelddadige acties van jongeren na 1945.
Welke kernbegrippen kenmerken het werk?
De belangrijkste begrippen zijn 'Bersiaptijd', 'nationalisme', 'militarisering van de jeugd' en de overgang naar de Republiek Indonesië.
Wat was de betekenis van de 'Menteng 31' asrama?
Dit internaat diende onder de Japanse bezetting als opleidingscentrum voor jonge propagandisten, waar nationalistische leiders stiekem onderwijs gaven aan jongeren.
Waarom was er sprake van een breuk tussen de jongeren en de oudere nationalisten?
De jongeren verweet de oudere generatie dat zij tijdens de Japanse bezetting te veel hadden samengewerkt met de bezetter, wat het onderlinge vertrouwen ernstig schaadde.
Welke rol speelden de vlagincidenten in steden als Bandoeng en Soerabaja?
Deze incidenten, waarbij de Nederlandse vlag werd vervangen door de rood-witte republikeinse vlag, fungeerden als katalysator voor gewelddadige confrontaties en demonstraties van onafhankelijkheidsstreven.
- Quote paper
- Roger Thomas (Author), 1992, De Indonesische Jeugdbeweging 1908-1945, Munich, GRIN Verlag, https://www.grin.com/document/185481