Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten. Compromitteren van constitutionele rechten of bijdragen aan collectieve veiligheid?

Compromitteren van constitutionele rechten of bijdragen aan collectieve veiligheid?


Essay, 2018
14 Pages, Grade: 7,0

Excerpt

Inhaltsverzeichnis

Inleiding

Concept veiligheid

Terrorisme: drijfveer voor diepgaande maatregelen

Nieuwe methoden en bevoegdheden

OVERTUIGINGSREDENEN VAN DE NEDERLANDSE OVERHEID

Conclusie

Bibliografie

Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten:

compromitteren van constitutionele rechten of bijdragen aancollectieve veiligheid?

Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten:

compromitteren van constitutionele rechten of bijdragen aan

collectieve veiligheid?

Inleiding

Op 21 maart 2018 mochten alle Nederlandse stemgerechtigden in een referendum hunoordeel geven over de zogenoemde ‘Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten’(Wiv 2017). Volgens de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) biedt dezewet hen het ‘noodzakelijke gereedschap om ook in de moderne tijd terrorisme, spionageen cyberaanvallen vroegtijdig te ontdekken.’1 Over deze wet ontstond een grootmaatschappelijk debat waarin tegenstanders argwanend naar de nieuwe wettelijkeverworvenheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten keken, waarmee dediensten op grote schaal gegevens en netwerken van burgers af kunnen tappen.2 In hethuidige wetenschappelijke discours bestaat nog maar relatief weinig literatuur over deimpact van de nieuwe ‘Inlichtingenwet’, omdat zij nog erg jong is, maar het debat overde fragiele balans tussen privacy en veiligheid bestaat al geruime tijd. De paradox vaneen inlichtingen- en veiligheidsdienst die in het geheim in een democratische rechtsstaatopereert en speciale bevoegdheden bezit om haar eigen burgers te monitoren, hetzijbinnen de kaders van de wet, wordt door academicus Eleni Braat zelfs het laatsteoverblijfsel van autoritaire regimes die een democratiserend proces zijn doorlopengenoemd.3 Echter in onze moderne wereld, waarin conventionele oorlogsvoering steedsminder wordt toegepast en de dreiging in een groeiende frequentie bestaat uit eenlingendie vanuit een extremistische ideologie terroristische aanslagen plegen, hebbenWesterse landen meer dan ooit behoefte aan een efficiënte en slagkrachtige inlichtingen-en veiligheidsdienst.4 Het lijkt dan ook dat de preventieve opsporing en in een enkelgeval zelfs verijdeling van een terroristische daad acties van deze diensten zijn die leiden tot een sentiment van collectieve veiligheid, dat het bestaan van dit soort diensten en hun heimelijke werkzaamheden legitimeren.5 De dreiging die modernevormen van terrorisme met zich mee brengen worden vooral bestreden met hetverzamelen en filteren van data en informatie, waarmee wordt gepoogd terrorisme op tesporen en te voorkomen.6 In veel landen is daardoor ook een nieuwe interesse ontstaanin de nationale inlichtingen- en veiligheidsdiensten en zijn zij flink uitgebreid en/ofgereorganiseerd en zijn wereldwijd nieuwe trainingsprogramma’s ontwikkeld ominlichtingen te verzamelen en efficiënt te verwerken.7 In dit essay zal wordenonderzocht op welke wijze burgers uit een democratische maatschappij samenleven inrelatie met hun perceptie van veiligheid en de mate waarin ze binnen deze contextbereid zijn delen van hun juridische rechten van een rechtsstaat dienen op te offeren inruil voor de veiligheid die een inlichtingen- en veiligheidsdienst hen kan bieden in hetbestrijden en vooral voorkomen van terroristische aanslagen. Hierbij wordt onderandere gekeken naar het concept ‘veiligheid’, hoe veiligheid in verhouding staat tot deconstitutionele rechten van burgers en de concessies die zij bereid zijn om te doen ominlichtingendiensten speciale bevoegdheden te geven om de veiligheid te bevorderen enhet algemeen nut dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten hebben in onze modernesamenleving en of zij daardoor gelegitimeerd kunnen worden. Dit onderzoek zal wordenuitgevoerd aan de hand van de volgende hoofdvraag: ‘Hoe heeft de Nederlandse regeringhaar inwoners van een democratische rechtsstaat sinds de groeiende terroristischedreiging sinds 2001 geprobeerd te overtuigen om delen van hun constitutionele rechten envrijheden op te geven aan inlichtingen- en veiligheidsdiensten?’ Deze hoofdvraag zalverklaard worden door (geo)politieke ontwikkelingen, juridische en sociale redenen.

Concept veiligheid

Er zijn in het wetenschappelijke discours een aantal theorieën die een raamwerk biedenbij het begrijpen van ’veiligheid’ en de maatregelen die de overheid kan nemen om haarte handhaven. Volgens de onderzoekster Laura J. Shephard stellen conventionelerepresentaties van realistische theorieën over ‘veiligheid’, dat de staat is waar eennationaal veiligheidsbeleid aan refereert en dat staten in ‘continue angst’ leven omvernietigd te worden omdat er binnen een staat een soevereine macht de orde houdt, maar dat daarbuiten geen soortgelijk orgaan voor bestaat.8 Daarnaast is het de soevereiniteit van een staat precies dat wat haar bestaan als een staat definieert; destaat moet ten alle tijden haar soevereiniteit, territoriale integriteit en democratischerechtsorde handhaven, anders zal zij als staat op houden te bestaan.9 Het is daarom datveiligheidsmaatregelen ingesteld worden om het ‘overleven’ van de waarden van destaat, en daarmee de staat zelf, te waarborgen.10 Omdat staten niet kunnen terugvallenop een hogere autoriteit om te interveniëren, of om haar internationale betrekkingen tehandhaven, moet zij bereid zijn haar eigen veiligheid te waarborgen.11 Wanneerextreme, gewelddadige incidenten plaatsvinden is het de taak van de overheid om in deeerste plaats de bron van de dreiging van geweld te verwijderen en de negatievemaatschappelijke gevolgen te beperken.12 Verschillende niveaus van overheden, vanlokale tot nationale schaal, zullen optreden, daarbij gebruik makend van deverschillende bevoegdheden en maatregelen waarover zij beschikken.13 De wijzewaarop zij reageren kan invloed hebben op de mate van angst en onrust onder debevolking; de overheidsrespons kan de situatie zowel escaleren of de-escaleren.14

Terrorisme: drijfveer voor diepgaande maatregelen

De Amerikaanse regering onder president Bush had na de aanslagen op New York enWashington op 11 september 2001 maar liefst zes weken nodig om de orde succesvol teherstellen, de financiële sector gerust te stellen en de steun van de internationalegemeenschap te winnen.15 De wereld was geschokt dat de belangrijkste politieke enmilitaire macht van de wereld, de Verenigde Staten van Amerika, in haar hart getroffenkon worden door een terroristische aanval. Alle militaire, politieke, economische entechnologische macht die de VS sinds 1945 vergaard had, haar verfijnde en effectievestrategische visie en de vrijwel ongelimiteerde grondstoffen waartoe zij toegang had, bleken niet in staat een ideologische terreurdaad te stoppen.16 Terroristische aanslagen zijn extreme gebeurtenissen die vrijwel altijd kunnen rekenen op speciale aandacht vanburgers en de media.17 Deze gebeurtenissen brengen een schok teweeg omdat zij hetdagelijkse leven opschrikken en omdat het gaat om een geval van extreem geweld datdoor medeburgers wordt aangericht.18 Het effect van terreurdaden is het wederopwekken van een bewustzijn van de dreiging die uitgaat van het gevaar uit eigengelederen, wat vaak leidt tot een gevoel van stress, angst en onrust op grote schaalbinnen de samenleving.19 Naast dit wijdverbreide sentiment van onveiligheid enmaatschappelijke onrust leiden extreme geweldsdreigingen- en incidenten tot eenbedreiging van de democratische rechtsorde en de openbare orde en veiligheid.20 Na ‘9-11’ werd de Patriot Act ingevoerd, die vrijheidsrechten aanzienlijk heeftbeperkt voor de Amerikaanse burger.21 Voor een moment leek dit in Nederland nog verweg, maar al snel werden nieuwe wetten gemaakt die betrekking hadden op debevoegdheden van de veiligheidsdiensten. De grondvesten van de Nederlandseinlichtingen- en veiligheidsdiensten leken Nederlandse privacy te beschermen; in 1949werden naast de aparte inlichtingendiensten van de krijgsmachtonderdelen en debuitenlandse veiligheidsdienst ook een Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) onder hetministerie van Binnenlandse Zaken opgericht.22 De BVD, voorloper van de AIVD, kreeggeen opsporingsbevoegdheid en zou zich puur richten op het verkrijgen en analyserenvan inlichtingen, waarop de politiek, politie en justitie hun ingrijpen konden baseren.23 In mei 2006 wordt echter in een brief van de toenmalige minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties, J.W. Remkes over de evaluatie van de AIVD duidelijk datde inlichtingendiensten meer bevoegdheden krijgen; ‘dynamisering van het veiligheidsonderzoek’ genoemd.24 Steeds worden door verschillende kabinetten oude wetten over inlichtingendiensten sinds 2002 hernieuwd en uitgebreid. Vanaf 2006 ziet men dat de bevoegdheden van de opsporingsdiensten in een vergevorderd stadium zijn. 25 De diensten hebben bijvoorbeeld de bevoegdheid gekregen om in privacygevoelige databanken te speuren naar onder andere nationaliteit, leeftijd, godsdienst, en belangstelling. In 2017 werden deze bevoegdheden in de WIV bevestigd en uitgebreid. De diensten mogen dan vanaf mei ook namen, woonplaatsen, locaties, tijdstippen en data, nummers, technische kenmerken en technische verbindingen monitoren en deze informatie opslaan.26

Nieuwe methoden en bevoegdheden

Van oudsher houden veiligheids- en inlichtingendiensten zich vooral bezig met hetverzamelen van informatie en inlichtingen om een mate van dreiging in kaart te brengenen te monitoren, waarbij een belangrijke methode wordt gebruikt; SIGINT.27 Sigint iseen afkorting voor signals intelligence, waarmee de informatie wordt bedoeld dievergaard is uit onderschept berichtenverkeer en is daarmee nog steeds een van demeest belangrijke bronnen van de inlichtingendiensten in onze moderne tijd, waarindigitaal berichtenverkeer zeer intensief is, waaronder ook voor terroristen enextremisten die hun plannen online met elkaar delen of digitaal contact houden overhun ideologische gedachtegoed. Doordat sigint op grote schaal wordt gebruikt en dusook een groot gedeelte van de bevolking treft, bestaat daar een groot maatschappelijkdebat over. De laatste jaren is er veel interesse in het gebruik van ‘datamining’ (eenmiddel waarmee men statistische verbanden, patronen en relaties kan ontdekken ingrote hoeveelheden digitale data door gebruik te maken van wiskundige algoritmes)28 als methode en toepassing in het veld van antiterrorisme.29 Door het gebruik vanmoderne technieken als datamining kunnen inlichtingen- en veiligheidsdiensten ongebruikelijke patronen, terroristische activiteiten en fraude ontdekken.30 De AIVD en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) maken sinds 2010 gebruik van dedataminingstechnieken ARGO I en II.31 Als antwoord op een vraag van kamerlid VanRaak (SP) of de diensten gebruik maakten van datamining, antwoorde toenmaligminister van Defensie Hennis-Plasschaert weinig ontkennend en ging meer in op deprecieze definitie van dit proces. Van Raak stelde deze vraag omdat de minister vanBinnenlandse Zaken op 15 september 2010 afstand nam van de methode datamining,maar dat de minister van Defensie daar juist alle voorbereidingen voor trof, onderandere met de aanschaf van de ARGO-systemen32 Deze moderne datamining techniekenmogen in de steeds vernieuwde WIV uitgebreider gebruikt worden en kunnen wordeningezet om uit gigantische hoeveelheden persoonsgegevens relevante feiten te filteren.33 De Nederlandse overheidsinstellingen leggen echter verantwoording af over de WIV enovertuigen de Nederlandse bevolking aan de hand van een aantal ontwikkelingen dezevergaande maatregelen te accepteren.

[...]


1 https://www.aivd.nl/onderwerpen/nieuwe-wet-op-de-inlichtingen--en-veiligheidsdiensten(22-05-2018)

2 https://nos.nl/artikel/2220332-dit-zijn-de-voors-en-tegens-van-de-inlichtingenwet.html (22-05-2018)

3 Eleni Braat (2016), ‘Recurring tensions between secrecy and democracy: arguments about theSecurity Service in Dutch parliament, 1975-1995, Intelligence and National Security, vol. 31, no.4, 532.

4 Wilhelm Agrell, National Intelligence Systems: Current Research and Future Prospects (New York, 2009) 118-121.

5 Eleni Braat, Recurring tensions between secrecy and democracy, 532-38.

6 Ibidem

7 Ibidem, 1.

8 Laura J. Shephard (2013) ‘Introduction. Critical approaches to security in contemporary global politics’ in: Laura J. Shephard (red.), Critical approaches to security. An Introduction to theories and methods, Routledge, 1-3.

9 Laura J. Shephard (2013) ‘Introduction. Critical approaches to security in contemporary globalpolitics’, 2.

10 Ibidem

11 Ibidem, 3.

12 B.A. de Graaf, D.E. Bakker, e.a., Onderzoek naar de maatschappelijke effecten van bestuurlijk optreden bij terreurdreiging en extreem geweld, 1.

13 Ibidem

14 Ibidem

15 Jane Mayer, The Dark Side: The Inside Story of How The War on Terror Turned into a War on American Ideals (New York, 2009) 2.

16 Gabriel Kolko, Century of War: Politics, Conflict and Society Since 1914 (New York, 1994) 412-414.

17 B.A. de Graaf, D.E. Bakker, e.a., Onderzoek naar de maatschappelijke effecten van bestuurlijkoptreden bij terreurdreiging en extreem geweld, bevindingen uit vier casusstudies (Den Haag,2012) 1.

18 B.A. de Graaf, D.E. Bakker, e.a., Onderzoek naar de maatschappelijke effecten van bestuurlijk optreden bij terreurdreiging en extreem geweld, 1.

19 Ibidem

20 Ibidem

21 J. Dijk, Het onweer komt dichterbij, in: Informatie Professional[8] 10 (2004) 38

22 Martin Bossenbroek, Fout in de Koude Oorlog: Nederland in tweestrijd, 1945-1989 Amsterdam, 2016) 207.

23 Martin Bossenbroek, Fout in de Koude Oorlog, 207.

24 J.W. Remkes, Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Den Haag,2006)

25 J. Dijk, Het onweer komt dichterbij, 38.

26 F.B.J. Grapperhaus, Besluit gegevensverstrekking onderzoek van communicatie Wiv 2017 (26-4-2018)

27 Max Hastings, De Geheime Oorlog: Spionnen, codes & verzet 1939-1945 (Amsterdam, 2015) 16- 23.

28 https://www.eduvision.nl/big-data/kennisbank/data-mining (2-06-2018)

29 Bhavani Thuraisingham, Data mining, national security, privacy and civil liberties (New York,2002) 1-5.

30 Bhavani Thuraisingham, Data mining, national security, privacy and civil liberties, 1.

31 Tweede Kamer der Staten-Generaal, Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden (917)in : Aanhangsel van de Handelingen (Vergaderjaar 2013-2014) 1..

32 Tweede Kamer der Staten-Generaal, Vragen gesteld door de leden der Kamer, 1.

33 J. Dijk, Het onweer komt dichterbij, 38.

Excerpt out of 14 pages

Details

Title
Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten. Compromitteren van constitutionele rechten of bijdragen aan collectieve veiligheid?
Subtitle
Compromitteren van constitutionele rechten of bijdragen aan collectieve veiligheid?
College
Utrecht University
Course
De Historisering van Veiligheid
Grade
7,0
Author
Year
2018
Pages
14
Catalog Number
V443948
ISBN (eBook)
9783668810808
ISBN (Book)
9783668810815
Language
Dutch
Tags
Veiligheid, Inlichtingen, Inlichtingendiensten, Wet, Internationale Betrekkingen
Quote paper
Roy Ripzaad (Author), 2018, Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten. Compromitteren van constitutionele rechten of bijdragen aan collectieve veiligheid?, Munich, GRIN Verlag, https://www.grin.com/document/443948

Comments

  • No comments yet.
Read the ebook
Title: Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten. Compromitteren van constitutionele rechten of bijdragen aan collectieve veiligheid?


Upload papers

Your term paper / thesis:

- Publication as eBook and book
- High royalties for the sales
- Completely free - with ISBN
- It only takes five minutes
- Every paper finds readers

Publish now - it's free