Wisseling van de Macht. Hoe Brabant haar Gouden Eeuw verloor aan Holland tussen 1568-1648


Essay, 2017
7 Pages, Grade: 8,0

Excerpt

Wisseling van de Macht:

Hoe Brabant haar Gouden Eeuw verloor aan Holland tussen 1568-1648

INLEIDING

Het schilderij ‘De zeeslag bij Gibraltar’ van Cornells Claesz. van Wieringen toont een interessant tafereel dat veel mensen als toonbeeld van de Gouden Eeuw zien. Een Hollandse vloot verslaat hier de machtige Spanjaarden. Deze ‘Geuzen’ voerden een dappere opstand tegen het, in de zestiende eeuw, machtigste rijk van de wereld. De Noordelijke Nederlanden wonnen niet alleen hun onafhankelijkheid, maar verwierven ongekende rijkdom en wereldwijde invloed. Maar was de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) niet meer dan een heldhaftige opstand? Was er geen keerzijde aan de welvaart van Hollandse steden? Binnen de vaderlandse geschiedenis vonden tegenstrijdige processen plaats in de andere gewesten die net zoveel aandacht verdienen. De ravage die vechtende legers hadden achtergelaten, de economische druk die een oorlogseconomie bracht en het naderhand uitmelken van grensgewesten door Holland zorgde ervoor dat Brabant in het bijzonder het hardst werd getroffen door de Tachtigjarige Oorlog, waar zij nog eeuwen last van zou hebben. Verscheurd tussen een Spaans en een Hollands kamp bevond Brabant zich in een moeilijke positie. Enerzijds deelde zij het katholieke geloof met de Spanjaarden, maar anderzijds culturele kenmerken als taal met de Hollanders. Deze tussenpositie, tezamen met haar geografische ligging met belangrijke steden als Breda en ‘s-Hertogenbosch, zorgde ervoor dat zij gedurende de Tachtigjarige Oorlog steeds een belangrijk doelwit was voor beide strijdende partijen. Brabant was, en is, per slot van rekening de toegangspoort tot Holland en andersom ook tot de Zuidelijke Nederlanden. Deze sleutelpositie gaf Brabant op geografisch, politiek, strategisch en economisch vlak een enorm voordeel, waardoor zij tijdens de late Middeleeuwen een van de belangrijkste gebieden van Europa was. Maar deze zegen zou later ook een vloek blijken; in de vroegmoderne tijd zouden verschillende machten op haar rijkdommen azen. Dat betekende het einde van de Gouden Eeuw van Brabant, die haar respectabele plaats op het Europese toneel moest afstaan aan Holland. In dit essay wordt de politieke en economische situatie van Staats-Brabant als Generaliteitsland ten opzichte van haar situatie als hertogdom van voor 1568 als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog onderzocht. Daarbij staat de volgende onderzoeksvraag centraal: welke gevolgen had de Tachtigjarige Oorlog voor de politieke en economische positie van (Staats-)Brabant binnen de Nederlanden?

DE VERGETEN GOUDEN EEUW VAN BRABANT

Binnen het curriculum van het Nederlandse onderwijs wordt te weinig aandacht besteed aan de geschiedenis van de individuele provincies. De provincie Noord-Brabant is daar een uitstekend voorbeeld van. Zij heeft een prachtige, rijke geschiedenis, maar men moet voor deze kennis diep graven. Dit onderzoek heeft dan ook zowel maatschappelijke als wetenschappelijke relevantie, aangezien men een uitgebreider beeld van de vaderlandse geschiedenis zou moeten krijgen, om de verschillende identiteiten binnen ons kleine, maar diverse koninkrijk te kunnen begrijpen. Culturele identiteit is een direct product van de geschiedenis, dat zonder nadere verklaring niet begrepen kan worden: waarom is een

Brabander anders dan een Hollander? Het antwoord ligt in hun historie, waarin zij aan verschillende factoren zijn blootgesteld. Geen van hun erfgoed is beter dan het andere en in het kader van het heden, waarin zij verenigd zijn, dienen beide verhalen belicht te worden. Deze verschillende identiteiten bezorgden de Brabanders een moeilijke periode tijdens het conflict tegen de Habsburgse overheersers, want de Brabantse bevolking voelde zich op de eerste plaats vooral Brabanders, het begrip Nederlander was hun volslagen vreemd.1 De enige politieke band die een deel van Brabant met Holland had, was een klein aantal geslachten uit de hoge adel die de West-Brabantse landen bestuurden, waaronder de prins van Oranje, die ook baron van Breda en heer van een aantal heerlijkheden in West-Brabant was.2 Zonder de belangrijke rol van Holland te marginaliseren, verdient Brabant, ook het Belgische deel, dus een prominentere plaats in de Nederlandse geschiedenis. Het hertogdom Brabant was namelijk al voor Holland een grote macht binnen de Nederlanden; sinds 1200 mocht de hertog van Brabant tol heffen op de Waal, had vrijstelling van tol op de Rijn afgedwongen van de graaf van Gelre en de graaf van Holland moest zijn macht in Dordrecht en omgeving erkennen.3 De eerste grote ‘bloeiperiode’ maakte Brabant mee onder het bestuur van de beroemde hertog Jan I.4 Hij bracht Brabant veel prestige en macht door zijn rol als kruisvaarder tegen de Moren in Spanje, maar ook de slag om Woerdingen in 1288, waarin hij een grote overwinning boekte op de hertog van Gelre, de graaf van Luxemburg en de aartsbisschop van Keulen, zorgde ervoor dat de macht van Brabant aan het uitbreiden was.5 Deze consolidatie als machtsblok binnen de Nederlanden zorgde ervoor dat Gelre niet meer naar het zuiden kon uitbreiden, dat de aartsbisschop van Keulen zich minder kon bemoeien met de Nederlanden en dat Limburg als landweg van Keulen naar Vlaanderen bij Brabant ging horen.6 Brabant had haar macht vast weten te leggen en dwong de sleutelpositie tussen de grote rivieren van de Nederlanden af. Politiek zat Brabant dus voor 1568 erg sterk in het zadel. Maar ook economisch vormde Brabant in de late Middeleeuwen een van de belangrijkste gebieden van Europa. Haar handelssteden als ,s-Hertogenbosch en vooral Antwerpen vormden rond 1550 het economische zwaartepunt van Europa.7 De Zuidelijke Nederlanden vormden dan ook de ‘juwelen’ van de bezittingen binnen het rijk van Karel V.8 DE BLOEI VAN HOLLAND:

TEN KOSTE VAN HET ZUIDEN

Volgens historicus Jan van Oudheusden beleefde Brabant haar ‘Gouden Eeuw’ tussen 1430 en 1550.9 Kunst, muziek en cultuur floreerde in deze periode, Brabant was het bestuurlijk en economisch kerngebied van de Nederlanden en de welvaart kwam tot ontwikkeling, waardoor zij tot ‘de lelie tussen de doornen’ uitgroeide.10 Dat Holland haar Gouden Eeuw pas na de 80- jarige Oorlog beleefde blijkt bijvoorbeeld uit het ontstaan van een culturele verandering; de Hollandse stedelingen kregen een neiging om haar rijkdom steeds meer te laten zien, zoals blijkt uit een getuigenverslag van de 17e-eeuwse schilder Samuel van Hoogstraten: ‘In ,t begin deezer eeuw waeren de wanden in Holland noch zoo dicht niet met Schilderyen behangen, alsze tans wel zijn’.11 Deze uitspraak uit 1678 beschouwt een vorm van de groeiend economie van Holland die zich in het dagelijks leven uitte. Ook het gemiddeld aantal jaarlijkse doorvaarten via de Sont -zeestraat tussen Denemarken en Zweden- benadrukt de economische hegemonie van Holland in en rond de Oostzee, aangezien meer dan 2500 Hollandse schepen slechts concurrentie hadden van iets meer dan 1000 buitenlandse schepen.12 Voor Holland brak de Gouden Eeuw aan, maar de verschuiving van het politieke en economische zwaartepunt binnen de Nederlanden had grote gevolgen voor het Hertogdom Brabant.

Met de Vrede van Münster (1648) stond de Spaanse koning het noordelijke deel van het hertogdom Brabant af aan de Verenigde Nederlandse Republiek.13 Hiermee werd Brabant bruut in twee delen gesplitst, zonder rekening te houden met religie, cultuur en geografie. Staats-Brabant werd echter al voor 1648 gevormd; zij werd in 1572 deels bezet door geuzen, in 1576 aangesloten bij de Noordelijke Nederlanden door de Pacificatie van Gent en in 1577 werd een aantal van haar steden bezet door Hollandse troepen.14 Het Nederlandse deel, nu dus Staats-Brabant, had een afwijkende politieke status; wegens het verzet van Holland kwam er geen gewestelijk bestuur.15 Als gevolg hiervan bleven er binnen Staats-Brabant slechts twee bestuurslagen over: Den Haag en de stads- en dorpsbesturen, die in theorie de enige -hetzij zwakke- buffer konden vormen tegen directe besluiten vanuit Den Haag.16 Volgens historicus Maarten Prak waren de steden in zowel Holland en Brabant zeer autonoom.17 Voor bijvoorbeeld ,s-Hertogenbosch waren er sinds 1629 slechts enkele beperkingen van politieke en militaire aard ingevoerd, en kon het stadsbestuur, als het om interne gelegenheden ging, haar eigen gang gaan.18 Daarbij moet echter wel een kanttekening geplaatst worden, aangezien Brabantse steden aan een belangrijke Staatse eis moesten voldoen; het stadsbestuur mocht enkel uit gereformeerden bestaan, wat een vraagteken zet bij de koers die katholieke, Brabantse steden gingen volgen onder bestuur van protestantse bestuursleden die naar de pijpen van de Calvinistische Hollandse elite dansten.19 De politieke en financiële slagkracht van Brabant kwam dan ook onder Hollands bestuur en werd nu dan ook vooral als middel gebruikt om Hollandse belangen te behartigen en om de zeehandel aan te vullen met de Brabantse agrarische sector en handel over land en rivieren met het Europese achterland.

Daarmee viel het noordelijke gedeelte van Brabant, ooit het centrum van de Bourgondisch- Habsburgse Nederlanden, vooral door Hollands toedoen ten prooi aan economische exploitatie en werd daarmee in alles behalve naam een wingewest.20

VEROORDEELD TOT PERIFERIE

Historicus Guido de Bruin heeft belangrijk onderzoek gedaan, waarin hij de politieke, benarde situatie van Brabant ten opzichte van de Republiek heeft bestudeerd. Zijn werk heeft dan ook een grote waarde voor dit essay, aangezien de politieke achteruitgang van Brabant aan de hand van zijn onderzoek grotendeels verklaard kan worden. De centrale thesis wordt dan ook voor een deel aan de hand van zijn werk verklaard. De politieke marginalisatie van Brabant valt volgens de Bruin te verklaren aan een aantal belangrijke factoren, te beginnen bij het afwijzend karakter van Holland, dat Brabant geen positie van belang meer gunde toen het haar wonden van de 80-jarige Oorlog likte. Bij elke poging die Brabant deed om als volwaardig gewest toe gelaten te worden, werd zij door Holland steevast gedwarsboomd.21 Doordat Staats-Brabant geen verzet had kunnen bieden tegen de hoge belastingdruk die Den Haag haar oplegde, omdat zij direct door de Staten-Generaal bestuurd werd, was het gebied compleet kaalgeplukt.22 Landsgewesten als Gelderland hadden door hun soevereine positie binnen de Staten-Generaal de kans tot grote nalatigheid in het opbrengen van belastingen.23 In Brabant werd echter iedere laatste belastingcent opgehaald en jammerklachten over de groeiende armoede werden genegeerd door de Verenigde Republiek der Nederlanden.24 Door de zware belastingdruk en het Hollands protectionisme was verpaupering toegeslagen in het ‘eens zo welvarende gebied.’25 Ook de inrichting van Brabantse steden was een reden van de regionale verpaupering. Breda en ,s-Hertogenbosch werden omringd met vestingwerken en hadden een groot garnizoen.26 Hun economische invloed was daarmee beperkt tot regionale activiteit.27 Daarnaast werd het Brabantse volk op religieus gebied gebagatelliseerd. De katholieke bevolking werd bij de uitoefening van haar geloof geterroriseerd door de protestantse overheersers, waardoor zij gedwongen werd hoge afkoopsommen te betalen en gedegradeerd werd tot een tweederangs, politiek onmondige massa.28

Het algemene beeld van Brabant tijdens en direct na de 80-jarige Oorlog is zeer negatief, het is een geschiedenis die dan ook weinig boven wordt gehaald door zowel Hollandse als Brabantse historici. Er dient echter een kleine nuancering plaats te vinden. Deze is te vinden binnen de internationale context.29 We dienen de geschiedenis vanuit haar eigen perspectief te bekijken, en in het zeventiende-eeuwse Europa was een hevige machtsstrijd gaande die het continent voor altijd zou veranderen. Grensgebieden werden vaak veroverd en heroverd, waardoor de lokale bevolking altijd onder een andere vlag leefde en was vooral lokaal en regionaal georiënteerd; nationalisme speelde nog geen rol van belang. De vraag die zich dan aandient is; wat gebeurde er eigenlijk met veroverde gebieden? De algemene trend was dat gebieden eigenlijk moeiteloos van eigenaar wisselden.30 Het veroverde gebied mocht dan ook vaak haar eigen instituties, functionarissen, rechten, gebruiken, munten en dergelijken behouden.31 Brabant was daarin echter een apart geval, omdat bij haar ook een groot godsdienstig aspect meespeelde, wat vaak met grof geweld en discriminatie gepaard ging.32 Het is dan ook belangrijk te onderzoeken waarom Brabant anders behandeld werd dan andere gewesten die door Holland veroverd of heroverd werden. Het antwoord op deze vraag ligt vooral in de tijd waarin Brabant deel werd van de Republiek.33 Na 1600 had Holland namelijk geen behoefte meer aan meer bondgenoten, zij was in haar Opstand aan de winnende hand.34 Meer bondgenoten -in de vorm van een volwaardig gewest- zou alleen meer bemoeienis en compromisvorming betekenen.35 Daarnaast was Brabant door Holland vooral ingesteld als buffer tegen vijandelijke aanvallen.36 Deze functie werd echter versterkt door de rivieren en daarom genoot Brabant niet van hetzelfde strategische belang als de oostelijke gewesten, waar natuurlijke barrières ontbraken.37 Als laatste had de Staten-Generaal nog een belangrijke reden om Brabant geen politieke rol van betekenis te geven binnen de Republiek. Zij wilde namelijk de prinsen van Oranje niet te machtig maken, die al eerste adel van Zeeland waren en ook de baronie van Breda, het land van Cuijk en het markizaat van Bergen op Zoom in handen hadden.38 Wanneer Brabant wel een volwaardig gewest zou zijn geworden, wat zeer aannemelijk was geweest wanneer zij vóór 1600 met Holland verenigd was, zouden de prinsen van Oranje daarmee een groot en belangrijk deel van de Nederlanden bezitten. Dat Brabant haar Gouden Eeuw verloor verklaart Guido de Bruin dan ook vooral aan politiek gewin voor de Hollandse elite.

CONCLUSIE

De geschiedschrijving van Brabant loopt enorm achter op die van Holland en krijgt te weinig waardering in het onderwijs en in de wetenschap. De reden daarvoor is eenvoudig; het is een pijnlijk hoofdstuk in de Nederlandse geschiedenis voor zowel Brabantse als Hollandse historici. De 80-jarige Oorlog was desastreus voor Brabant en de Zuidelijke Nederlanden; haar sterke politieke positie als brug tussen noord en zuid, poortwachter van de rivieren die een deel Europa met elkaar verbinden was gereduceerd tot een periferie die politiek onmondig was. Ook op economische gebied was haar rol van grootmacht vernietigd tot aanvulling op de Hollandse schatkist. De gevolgen hiervan waren immens; Brabant zou tot in de twintigste eeuw een arm deel van Nederland blijven. Ook de culturele splitsing van het hertogdom Brabant in een Nederlands deel en het deel wat nu België vormt, had grote gevolgen. De contrareformatie deed veel Zuidelijke Nederlanders vluchten naar de Hollandse steden. Het verlies van kennis, kapitaal en mankracht bezegelde het lot van Brabant. Voor vervolgonderzoek zou het dan ook interessant zijn om te onderzoeken hoe groot de rol van migratie van Zuidelijke Nederlanders was op de Hollandse hegemonie; hebben toch de Brabanders de sterke positie van Holland geschapen? Daarnaast, wat beter past in de aanvulling van dit onderzoek is om te onderzoeken waarom de Brabantse bevolking deze uitbuiting en bezetting van de Hollanders eeuwenlang pikten. Waarom kwamen zij niet massaal in opstand? Wellicht was er dan met buitenlandse, wellicht Franse, interventie een nieuwe Brabantse staat ontstaan, een vroege voorloper van België. De conclusie is dan ook helder: de 80-jarige Oorlog had op politiek, economisch en religieus gebied een zeer negatieve invloed op de positie van Brabant. Deze keerzijde van de Vaderlandse Opstand met een belangrijke rol voor Brabant zou dus ook beter belicht moeten worden. Het ‘Hollandcentrisme’39 binnen de Nederlandse geschiedschrijving is dan ook ongegrond. Het is dan ook logisch dat de Brabanders opgelucht waren toen koning Lodewijk Napoleon hen hun eer, geweten en religie teruggaf. Zoals de Franse edelman Alexis de Tocqueville zei: ‘Het handhaven van plaatselijke en gewestelijke autonomie en hun bestuurlijke verantwoordelijkheden is een van de beste middelen tegen despotisme’ (1835, deel I).40

LITERATUURLIJST

Broekhuijse, Irene & Sap, Jan Willem. De Amerikaanse droom van Tocqueville (Nijmegen 2016)

Bruin, Guido de. Den Haag versus Staats-Brabant: Ijzeren vuist of fluwelen handschoen? Low Countries Historical Review, volume 111, issue 4 (1996)

Gorisse, Cock e.a. Oosterhout, niet van gisteren. De geschiedenis van een vitale en veerkrachtige stad van de oude steentijd tot 2009 (Oosterhout, 2009)

Jansma, Klaas en Schroor, Meindert. Onze Vaderlandse Geschiedenis (Leeuwarden, 1987)

Kappelhof, Ton. De stedelijke financiën van 's-Hertogenbosch en Breda onder de Republiek. Aspecten van het financieel-economische beleid van twee steden in de periferie (Tijdschrift voor sociale en economische geschiedenis 3 2006 Noble, Thomas F.x. e.a. Western Civilization, beyond boundaries. (Boston, 2014)

Oudheusden, Jan van. Verhalen van Brabant:geschiedenis en erfgoed in tien tijdvakken. (Tilburg, 2011)

Prak, Maarten. Republikeinse veelheid, democratisch enkelvoud. Sociale verandering in het Revoiutietijdvak 's-Hertogenbosch 1770-1820 (Nijmegen 1999)

Sanders, J.G.M. Noord-Brabant tijdens de Republiek der Verenigde Nederlanden 1572-1795. Een institutionele handleiding (Hilversum 1996)

Schaïk, Remi van. Oorsprong en vroege ontwikkeling van stadsrekeningen in de Nederlanden’, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis 133 (1996) 144-162, aldaar 157-161; Maarten Prak, Gouden Eeuw. Het raadsel van de Republiek (Nijmegen 2002)

Sluijter, Eric Jan. Over Brabantse vodden, economische concurrentie, artistieke wedijver en de groei van de markt voor schilderijen in de eerste decennia van de zeventiende eeuw (Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek Online, Volume 50, Uitgave 1,1999)

[...]


1 Cock Gorisse, e.a., Oosterhout, niet van gisteren. De geschiedenis van een vitale en veerkrachtige stad van de oude steentijd tot2009 (Oosterhout, 2009] 179.

2 Cock Gorisse, e.a., Oosterhout, niet van gisteren, 179.

3 Klaas Jansma en Meindert Schroor, Onze Vaderlandse Geschiedenis (Leeuwarden, 1987] 95.

4 Jansma en Schroor, Onze Vaderlandse Geschiedenis, 95.

5 Ibidem, 96.

6 Ibidem

7 Thomas F.x. Noble e.a., Western Civilization, beyond boundaries. (Boston, 2014] 418.

8 Thomas F.x. Noble e.a., Western Civilization, beyond boundaries, 418.

9 Jan van Oudheusden, Verhalen van Brabant: geschiedenis en erfgoed in tien tijdvakken. (Tilburg, 2011] 112-145.

10 van Oudheusden, Verhalen van Brabant, 128.

11 Eric Jan Sluijter, Over Brabantse vodden, economische concurrentie, artistieke wedijver en de groei van de markt voor schilderijen in de eerste decennia van de zeventiende eeuw (Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek Online, Volume 50, Uitgave 1,1999) 113.

12 Jansma en Schroor, Onze Vaderlandse Geschiedenis, 201.

13 Ton Kappelhof, De stedeiijke financiën van 's-Hertogenbosch en Breda onder de Republiek. Aspecten van het financieel-economische beleid van twee steden in de periferie (Tijdschrift voor sociale en economische geschiedenis 3 2006 nr.3, pp. 96-117.

14 J.G.M. Sanders. Noord-Brabant tijdens de Republiek der Verenigde Nederlanden 1572-1795. Een institutionele handleiding (Hilversum 1996) 8.

15 Ton Kappelhof, De stedeiijke financiën van 's-Hertogenbosch en Breda, 96.

16 Ibidem

17 Remi van Schaïk, Oorsprong en vroege ontwikkeling van stadsrekeningen in de Nederlanden’, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis 133 (1996) 144-162, aldaar 157-161; Maarten Prak, Gouden Eeuw. Het raadsel van de Republiek (Nijmegen 2002) 185.

18 Maarten Prak, Republikeinse veelheid, democratisch enkelvoud. Sociale verandering in het Revoiutietijdvak 's-Hertogenbosch 1770-1820 (Nijmegen 1999) 64.

19 Ton Kappelhof, De stedeiijke financiën van 's-Hertogenbosch en Breda, 100.

20 Guido de Bruin, Den Haag versus Staats-Brabant: Ijzeren vuist of fluwelen handschoen? Low Countries Historical Review, volume 111, issue 4 (1996) pp. 449-463.

21 Guido de Bruin, Den Haag versus Staats-Brabant, 449.

22 Ibidem

23 Ibidem

24 Ibidem

25 Ibidem

26 Ton Kappelhof, De stedeiijke financiën van ’s-Hertogenbosch en Breda, 99.

27 Ibidem

28 Guido de Bruin, Den Haag versus Staats-Brabant, 450.

29 Ibidem

30 Ibidem

31 Ibidem

32 Ibidem

33 Ibidem, 451.

34 Ibidem, 452.

35 Ibidem

36 Ibidem

37 Ibidem

38 Ibidem

39 Ibidem, 449.

40 Irene Broekhuijse & Jan Willem Sap, De Amerikaanse droom van Tocqueviiie (Nijmegen 2016) 13.

Excerpt out of 7 pages

Details

Title
Wisseling van de Macht. Hoe Brabant haar Gouden Eeuw verloor aan Holland tussen 1568-1648
College
Utrecht University
Course
Vroegmoderne Geschiedenis
Grade
8,0
Author
Year
2017
Pages
7
Catalog Number
V443950
ISBN (eBook)
9783668813281
Language
Dutch
Tags
Vroegmoderne geschiedenis, Holland, Brabant, Vlaanderen, België, Zuid-Nederland, Gouden Eeuw, Middeleeuwen
Quote paper
Roy Ripzaad (Author), 2017, Wisseling van de Macht. Hoe Brabant haar Gouden Eeuw verloor aan Holland tussen 1568-1648, Munich, GRIN Verlag, https://www.grin.com/document/443950

Comments

  • No comments yet.
Read the ebook
Title: Wisseling van de Macht. Hoe Brabant haar Gouden Eeuw verloor aan Holland tussen 1568-1648


Upload papers

Your term paper / thesis:

- Publication as eBook and book
- High royalties for the sales
- Completely free - with ISBN
- It only takes five minutes
- Every paper finds readers

Publish now - it's free