Dit werkstuk houdt zich vooral bezig met de Twentse dialect. Tegen de achtergrond van de vraag of er een algemene dialectverlies plaatsvindt, zou de Twentstalige televisieserie Van Jonge Leu en Oale Groond worden bijgetrokken. Deze regionale soap werd ten eerste uitgezonden in 2005 in de regionale televisiestation RTV Oost. Ze was zo succesvol dat ze later op NPO 2 (Nederland 2) nationaal werd uitgezonden. Ze kan dus als een exporteur van de Twentse dialect beschouwd worden.
De Nederlandse taal zoals ze op school of in het buitenland wordt geleerd is dynamisch en haar grammatica en woordenschat veranderen voortdurend. Evenwel is ze voor heel Nederland sinds de zeventiende eeuw schriftelijk gestandaardiseerd en sinds ongeveer de jaren vijftig van de negentiende eeuw bestaat er ook `een soort beschaafde spreektaal ́. Vooral door een toenemende mobiliteit van de Nederlandse bevolking breidde zich de eenheidstaal uit en werd uiteindelijk ‘Algemeen Beschaafd Nederlands’ of ‘ABN’ genoemd. In de navolgende tijd neemt het ABN steeds meer plaats in de openbare ruimte in en verdringt tot heden successief de talrijke dialecten uit welke ze is ontstaan. Maar niet alleen woord het dialectgebruik vervangen door het ABN. Door meer contact met het Standaardnederlands veranderen ook de dialecten zelfs. Het gevolg zijn indelingen in grotere gebieden die regiolecten worden genoemd.
Naast deze regionale categorieën bepaald ook de sociale, etnische of leeftijdsafhankelijke situatie iemands wijze om te spreken. Een jongen uit een familiaire situatie met migratieachtergrond spreekt bijvoorbeeld anders dan een zestigjarige Nederlandse man uit dezelfde regio. Ook de situatie op zichzelf genomen beïnvloed de gekozen taal. De jongen zou met zijn leraar anders spreken dan met een vriend op dezelfde leeftijd. Het resultaat van deze verschillende lokale en sociolinguïstische factoren is een grote intralinguale taalvariatie.
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Het Twents
3. Theorie
4. Analyse
4.1. Van Jonge Leu en Oale Groond
4.1.1. Scène 1 (Van Jonge Leu en Oale Groond 2005: 0:50-2:07)
4.1.2. Scène 2 (Van Jonge Leu en Oale Groond 2005: 2:08-2:49)
4.1.3. Scène 3 (Van Jonge Leu en Oale Groond 2005: 2:50-3:55)
4.1.4. Scène 4 (Van Jonge Leu en Oale Groond 2005: 3:56-5:24)
5.0. Conclusie
Doelstelling en thematische zwaartepunten
Het hoofddoel van deze studie is om te onderzoeken of er sprake is van dialectverlies en taalverandering in het Twents aan de hand van de televisieserie "Van Jonge Leu en Oale Groond". Hierbij wordt specifiek gekeken naar de verticale variatie, oftewel het spanningsveld en de wisselwerking tussen het gesproken dialect en het Standaardnederlands (ABN).
- Analyse van het taalgebruik in de regionale soap "Van Jonge Leu en Oale Groond".
- Onderzoek naar de concepten diglossie en diaglossie binnen de Twentse context.
- Toepassing van de apparent-time-hypothese om taalveranderingen over generaties in kaart te brengen.
- Evaluatie van de realiteitswaarde van dialectpresentatie in de Nederlandse media.
- Onderzoek naar de invloed van sociale omgeving en mobiliteit op het behoud van dialect.
Auszug aus dem Buch
4.1.3. Scène 3 (Van Jonge Leu en Oale Groond 2005: 2:50-3:55)
In de derde scène zie je de zoon van Hendrik en Minie, Alwie Wildspieker (gespeeld door Arthur Geesing). Hij is met zijn vrouw Patricia (Evelien Harberink) en hun kinderen Erik (Pim Horsthuis) en Annet (Tara Kortman) op weg naar de boerderij in Dinkelo. Een geladen atmosfeer heerst in de auto. Alwie lijkt nerveus te zijn en beklaagt zich over de rode stoplichten.
Alwie: Al die stoplichten ok, elke wek komt’r weer een bie. (Al die stoplichten ook, elke week komt er weer een bij.)
Patricia: Ga je ze het wel zeggen? Als jij je poot niet stijfhoudt (…)
Erik: Loat ma kuul’n. ‘t loap va zelf weer lös. Zeg’t Ann! (Laat maar rollen. Het loopt vanzelf wel weer goed.)
Annet: Laat maar keulen. Het loopt.. wat?
Patricia: Eric! Gewoon Hollands please!
Erik: Please is geen Hollands!
Patricia: Je moeder moet ophouden met ze dat dialecten leren. Straks spreken ze nog als Neandertalers. (…) Echt je moet het zeggen ok?
Alwie: Ik solt zeg’n ok? (Ik zou het zeggen ok?)
Patricia: Je moet zeggen zeg’n! (…) Het is groen!
Samenvatting van de hoofdstukken
1. Inleiding: Bespreekt de dynamiek van de Nederlandse taal, de standaardisering tot ABN en de sociaal-linguïstische factoren die leiden tot intralinguale taalvariatie.
2. Het Twents: Geeft een overzicht van de taalkundige kenmerken van het Twents als Nedersaksisch dialect en de plaatsing hiervan in de Nederlandse dialectgroepen.
3. Theorie: Legt de theoretische basis door het onderscheid te maken tussen diglossie en diaglossie en introduceert de apparent-time-hypothese.
4. Analyse: Onderzoekt het gebruik van het Twents in de serie "Van Jonge Leu en Oale Groond" aan de hand van specifieke scènes en de interactie tussen de personages.
5.0. Conclusie: Vat samen hoe de data het vermoeden van dialectverlies door toenemende mobiliteit en de dominantie van het Standaardnederlands ondersteunen.
Schlüsselwörter
Twents, dialectverlies, diaglossie, Standaardnederlands, ABN, Van Jonge Leu en Oale Groond, taalvariatie, Nedersaksisch, apparent-time-hypothese, taalcontact, sociolinguïstiek, regionale media, realisme, taalverandering, Twente.
Häufig gestellte Fragen
Waar gaat dit onderzoek in de kern over?
Het onderzoek richt zich op de vraag of er in Nederland sprake is van dialectverlies en hoe de interactie tussen het Twents dialect en het Standaardnederlands verloopt in de context van moderne media.
Wat zijn de centrale thema's in deze scriptie?
De belangrijkste thema's zijn de spanning tussen dialect en standaardtaal, taalcontact, de invloed van sociale factoren op taalgebruik en de rol van regionale televisieseries bij het behoud of de verandering van dialect.
Wat is de primaire onderzoeksdoelstelling?
Het doel is om aan de hand van de soap "Van Jonge Leu en Oale Groond" te analyseren of het gepresenteerde dialectgebruik representatief is voor de werkelijkheid en hoe 'diaglossie' zich manifesteert in de moderne Twentse context.
Welke wetenschappelijke methoden worden gehanteerd?
De auteur gebruikt een kwalitatieve analyse van specifieke videofragmenten uit de serie, ondersteund door taalkundige theorieën zoals de apparent-time-hypothese en bestaande enquêtes over dialectgebruik in Twente.
Wat staat er centraal in het hoofdstuk Analyse?
Hierin wordt het taalgebruik van verschillende personages in vier scènes nauwgezet onderzocht, waarbij gekeken wordt naar uitspraak, woordkeuze en de mate waarin zij (on)bewust switchen tussen Twents en ABN.
Welke kernbegrippen kenmerken dit werk?
Begrippen als 'diaglossie', 'intralinguale variatie', 'Nedersaksisch' en 'taalnivellering' zijn essentieel voor het begrijpen van de theoretische argumentatie in dit document.
Waarom is de keuze voor de serie "Van Jonge Leu en Oale Groond" relevant?
De serie is gekozen omdat deze fungeert als een 'exporteur' van Twentse cultuur en dialect; het biedt een unieke kans om te zien hoe een regionaal dialect wordt gepresenteerd aan een nationaal publiek.
Wat concludeert de auteur met betrekking tot dialectverlies?
De auteur concludeert dat de theorie uit de inleiding wordt bevestigd: in een mobielere samenleving neemt de dominantie van het Standaardnederlands toe en vindt er langzaam een verlies van dialect plaats, behalve op zeer lokaal niveau.
- Citar trabajo
- Maurice Janotta (Autor), 2019, Dialectverlies in Nederland aan het voorbeeld Twents. Een verticale analyse op basis van twentstalige media, Múnich, GRIN Verlag, https://www.grin.com/document/1291444