Tonnus Oosterhoff en zijn “bewegende gedichten”

Intertekstualiteit en intermedialiteit in gedichten met flash-animatie


Term Paper, 2011
14 Pages, Grade: 2,3

Excerpt

Inhoud

1.Inleiding

2.Intermedialiteit
2.1 Intertekstualiteit als een bijzondere vorm van intermedialiteit
2.2 Muziek in literaire teksten

3.Tonnus Oosterhoffs website
3.1 Vita & Werk
3.2 Hoe werkt deze website?

4.Intermedialiteit in Oosterhoffs gedichten

5.Conclusie

6.Bibliografie

1. Inleiding

In dit werkstuk zal ik mij bezighouden met een speciaal vorm van poëzie: De website van de Nederlandse auteur Tonnus Oosterhoff, wie door flash-animaties een nieuwe weg van gedichten aanwijst.

Intermedialiteit is hier een belangrijke thema. Intermedialiteit is de wisselwerking tussen verschillende werken – en dat ook interdisciplinair. Intermedialiteit bestaat in verschillende vormen. Een vorm is intertekstualiteit – hier verwijst een werk op een andere.

Maar in hoe verre kunnen wij een gedicht analyseren, als het door een medium zoals het internet wordt gepubliceerd? En als een auteur nieuwe mogelijkheden zoals flash-animaties gebruikt – hoe verandert zich zijn werk?

In deze paper zal ik gedichten van de Nederlandse auteur Tonnus Oosterhoff onderzoeken en daardoor duidelijk maken, hoe zijn gedichten, die door flash-animatie worden beweegt, anders zijn dan zijn vroegere werk dat nog op papier en in boeken wordt gepubliceerd. Nieuwe effecten ontstaan; de lezer wordt “opgeleid” en leest in het tempo en met de beklemtoning hoe de auteur dat wil. Enkele woorden worden herhaald, andere verdwijnen snel weer of duiken sneller op als in een normaal leestempo. Andere woorden laat Oosterhoff alleen half opduiken en een moment later de rest; zo kan een nieuwe betekenis ontstaan. Dus kan zo een andere vorm van lezen worden gecreëerd; de lezer wordt manipuleert het gedicht zó te lezen als de auteur wil. Maar is dat echt een weg om poëzie beter werken te laten? Of wordt hier een grote deel van de “lees-vrijheid” (een misschien ook het lees-plezier) van de lezer ontnomen? Hoe verandert zich de receptie van gedichten, als de lezer niet meer in zijn eigen tempo en met zijn eigen klemtoon kan lezen?

Hoewel – niet alleen de gedichten voor zichzelf zijn voor mijn onderzoek belangrijk. Tonnus Oosterhoff werkt intermediair; hij gebruikt muziekstukken en filmpjes voor zijn flash-animaties. Hoe veranderen beelden en sound een gedicht? Welke effecten worden versterkt, welke kunnen niet zo goed werken als in een gedicht op papier?

2. Intermedialiteit

Geen tekst staat voor zichzelf maar is deel van een netwerk van werken. Een tekst moet niet explicite op een ander werk verwijzen – vaker wordt door beelden, die in het hoofd van de lezer ontstaan, zingespeeld. Ook een muziekstuk of een schilderij kan een deel van een ander werk inhouden. Dit fenomeen wordt intermedialiteit genoemd.[1] Door intermedialiteit ontstaat een wisselwerking tussen verschillende media.

Er bestaan verschillende soorten van intermedialiteit. Maar wat is een “medium”? Een medium is in deze geval een vorm van communicatie zoals literatuur, muziek, schilderkunst, video of – zoals hier – een webpagina. Een medium drukt iets uit, en als deze uitdruk ook in andere media bestaat, gaat het over intermedialiteit.[2]

Intermedialiteit bestaat dus tussen verschillende disciplines. Zo kunnen wij vaak bepaalde motieven of zelfs hele verhalen vinden, die zowel in films als in boeken zijn verwerkt. Foto's of schilderijen beelden dingen af, van die al muziekstukken of poëzie bestaat. Iedere cultuur bestaat uit verhalen, motieven en inhouden die weerkeren als ze worden afgebeeld. Dus: Niet de motieven veranderen maar de mediale vorm in die ze worden uitgewezen.

Een voorbeeld voor interdisciplinaire motieven in onze Europese cultuur zijn de vele christelijke symbolen, die in intermediaire verbinding staan. Motieven uit de Bijbel (literaire medium) zijn in schilderijen, filmen en andere literaire vormen te vinden.

Ik zou nu graag twee vormen van intermedialiteit gaan willen voorstellen: Intertekstualiteit en muziek in literaire teksten.

2.1 Intertekstualiteit als een bijzondere vorm van intermedialiteit

Intertekstualiteit[3] is een vorm van intermedialiteit. Hier worden bepaalde thema's, motieven of vormen van een tekst in een ander tekst gebruikt. Dat betekend maar ook dat iedere tekst in een netwerk van teksten staat en altijd een of meer andere teksten aanraakt – door herhaling, verkorting of / en verschuiving. Alleen door andere teksten krijgt een tekst zijn eigenlijke betekenis.[4]

Er wordt een verschil gemaakt tussen specifieke en generieke intertekstualiteit: Een specifieke verwijs op een ander tekst betekent dat er structuur of motieven van een ander tekst aanwezig zijn, een generieke verwijs gebruikt conventies van een bepaalde soort teksten een verandert zo de verwachting van de lezer aan de tekst.[5]

In de semiotiek bedoelt men met intertekstualiteit dat een tekst in verband met de hele cultuur staat:

“Het geheel van codes dat de cultuur uitmaakt, is op een gelijkaardige manier ineengestrengeld tot een textuur. Literaire, muzikale, politieke, wetenschappelijke en picturale teksten vormen alzo het weefsel van het 'Boek der cultuur'.”[6]

Voor Julia Kristeva[7] is alles tekst; iedere cultureel systeem en structuur: Intertekstualiteit is de eigenschap van alle teksten. Zij generaliseerde het begrip van intertekstualiteit en legde uit, dat alles in een cultuur kan worden gelezen zoals een tekst.[8] Gérard Genette[9] daarentegen systematiseerde het begrip van transtekstualiteit: Hij onderscheidt 5 types van intertekstuele verwijzingen.[10] Vandaag zijn de intertekstuele theorieën beïnvloedt door Ulrich Broich en Manfred Pfister, wie intertekstualiteit als een eigenschap van niet meer alle maar alleen bepaalde teksten begrijpen – teksten, die explicite op andere teksten verwijzen.[11]

[...]


[1] Wurth: Intermediale poëtica. p. 115

[2] Schröter: Intermedialität.

[3] Het begrip van intertekstualiteit bestaat sinds de jaren 60 (zie onder), intertekstualiteit zelfs bestaat maar sinds teksten bestaan.

[4] Van Gorp: Lexicon van literaire termen. p. 235

[5] Ibid.

[6] Ibid.

[7] Bulgaarse linguïst, auteur en psychoanalytica, geb. 1941. Kristeva introduceerde het begrip “intertekstualiteit” en definieerde het concept.

[8] Pfister: Konzepte der Intertextualität. p. 6

[9] Franse literatuurwetenschapper, geb. 1930. Genette ontwikkelde theorieën over narratologie en werkte met tekstanalyse op basis van het structuralisme.

[10] cf. Pfister: Konzepte der Intertextualiteit.

[11] Ibid.

Excerpt out of 14 pages

Details

Title
Tonnus Oosterhoff en zijn “bewegende gedichten”
Subtitle
Intertekstualiteit en intermedialiteit in gedichten met flash-animatie
College
University of Cologne
Grade
2,3
Author
Year
2011
Pages
14
Catalog Number
V206418
ISBN (eBook)
9783656335368
ISBN (Book)
9783656336280
File size
492 KB
Language
Dutch
Tags
tonnus, oosterhoff, intertekstualiteit
Quote paper
Kristina Fittges (Author), 2011, Tonnus Oosterhoff en zijn “bewegende gedichten”, Munich, GRIN Verlag, https://www.grin.com/document/206418

Comments

  • No comments yet.
Read the ebook
Title: Tonnus Oosterhoff en zijn “bewegende gedichten”


Upload papers

Your term paper / thesis:

- Publication as eBook and book
- High royalties for the sales
- Completely free - with ISBN
- It only takes five minutes
- Every paper finds readers

Publish now - it's free