Het is algemeen bekend, of het lijkt de algemene openbare mening te zijn, dat Duitsers positief ingesteld zijn tegenover de Nederlanders. Uit onderzoek bleek, dat Duitsers zelfs positiever tegenover Nederlanders dan tegenover zichzelf ingesteld zijn (Beelen, 2001). Men zou kunnen denken, dat het altijd zo is geweest: de onvriendelijke, hardwerkende Duitser en de sympathieke, gastvriendelijke Nederlander. Maar als men het Duitse Hollandbeeld in de literatuur bekijkt, lijkt er een door de eeuwen heen wisselend, niet steeds positief beeld te existeren.
In de 17e eeuw keken de Duitsers nog vol bewondering op Nederland. Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw keken ze echter vol hoogmoed op hen neer. Vooral de taal is een “bevoorrecht mikpunt van spot” (Groenewold, 2001). De meeste auteurs tussen 1790 en 1870 herhalen voortdurend de stereotypen en vooroordelen van de longue dureé en storen zich aan de “zonder meer lelijke Nederlandse taal” (Groenewold, 2001). Het Duits beeld van de Nederlander lijkt toen doorgaans negatief te zijn: langzaam, plomp, stijf, koud, pedant en formeel (Groenewold, 2001). Slechts een handvol auteurs probeert dit negatief beeld te relativeren. Zo schrijft Langbehn dat de “Hollanders de betere Duitsers zijn” en dat “vooroordelen zouden verdwijnen als de Duitsers … meer tot “Hollandgangers” zouden worden” (Groenewold, 2001).
In de literatuur uit de naoorlogse periode is een duidelijk positievere houding, maar tegelijkertijd nog steeds negatief beeld van de Duitsers over de Nederlanders te vinden (Groenewold, 2001). Volgens Groenewold (2001) is er bij de auteurs uit de tijd van de Weimarer Republiek meer kennis over Nederland te vinden dan in de naoorlogse periode.
Tegenwoordig, in het begin van de 21e eeuw, is nog steeds deze bestendige positieve houding te vinden. Beelen (2001) beschrijft het stereotype van andere nationaliteiten als nationaal stereotype . Hoe zo een nationaal stereotype eruit kan zien presenteerde DER SPIEGEL in 1994: het destijds typische Holland-cliché “Frau Antje”.
De karikaturist Sebastian Krüger beeldde ze af met verschillende stereotypen: tulpen, molen, drugs, bier enz. (Hetzel, 2009). Zowel de karikatuur als ook het artikel bereidden een groot discussiepotentiaal, omdat het een publiek negatief beeld verbreidde: Nederland is decadent, een drugsparadijs en crimineel (Hetzel, 2009).
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Voorafgaand onderzoek
3. Onderzoek
3.1 Onderzoeksvragen
3.2 Methode
3.2.1 Enquête
3.2.2 Opnames
3.3 Verwachtingen
4. Resultaten
4.1 Stereotype van Duitsers over Nederlanders
4.2 Waarneming van de Nederlandse spreekster
4.3 Kennis en contact
5. Conclusie
Doelstelling en onderzoeksthema's
Het hoofddoel van deze studie is het in kaart brengen van het huidige nationale stereotype dat Duitsers hebben over Nederlanders, evenals het onderzoeken van hun perceptie van de Nederlandse taal. De centrale onderzoeksvraag richt zich op de vraag of het algemeen als positief ervaren beeld van Nederlanders door Duitsers samenhangt met de mate van contact en de feitelijke kennis over het buurland.
- Analyse van het actuele Duitse beeldvormingspatroon ten opzichte van Nederland.
- Onderzoek naar de waarneming van de Nederlandse taal door Duitse sprekers via audio-experimenten.
- Evaluatie van de invloed van feitelijke landskennis en persoonlijke ervaringen op stereotypering.
- Vergelijking van de perceptie van spreeksters bij het gebruik van verschillende talen (Duits versus Nederlands).
- Onderzoek naar de correlatie tussen taalwaarneming en persoonlijke empathie of sympathie.
Auszug aus dem Buch
1. Inleiding
Het is algemeen bekend, of het lijkt de algemene openbare mening te zijn, dat Duitsers positief ingesteld zijn tegenover de Nederlanders. Uit onderzoek bleek, dat Duitsers zelfs positiever tegenover Nederlanders dan tegenover zichzelf ingesteld zijn (Beelen, 2001). Men zou kunnen denken, dat het altijd zo is geweest: de onvriendelijke, hardwerkende Duitser en de sympathieke, gastvriendelijke Nederlander. Maar als men het Duitse Hollandbeeld in de literatuur bekijkt, lijkt er een door de eeuwen heen wisselend, niet steeds positief beeld te existeren.
In de 17e eeuw keken de Duitsers nog vol bewondering op Nederland. Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw keken ze echter vol hoogmoed op hen neer. Vooral de taal is een “bevoorrecht mikpunt van spot” (Groenewold, 2001). De meeste auteurs tussen 1790 en 1870 herhalen voortdurend de stereotypen en vooroordelen van de longue dureé en storen zich aan de “zonder meer lelijke Nederlandse taal” (Groenewold, 2001). Het Duits beeld van de Nederlander lijkt toen doorgaans negatief te zijn: langzaam, plomp, stijf, koud, pedant en formeel (Groenewold, 2001). Slechts een handvol auteurs probeert dit negatief beeld te relativeren. Zo schrijft Langbehn dat de “Hollanders de betere Duitsers zijn” en dat “vooroordelen zouden verdwijnen als de Duitsers … meer tot “Hollandgangers” zouden worden” (Groenewold, 2001).
Samenvatting van de hoofdstukken
1. Inleiding: Dit hoofdstuk introduceert de historische context van het Duitse beeld van Nederland en stelt de centrale onderzoeksvraag naar de huidige stereotypering en taalperceptie.
2. Voorafgaand onderzoek: Hier wordt een overzicht gegeven van bestaande sociaal-wetenschappelijke studies naar de Duits-Nederlandse relatie en de wederzijdse perceptie.
3. Onderzoek: Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek van het onderzoek, inclusief de opzet van de enquête en de inzet van spraakopnames, en definieert de specifieke onderzoeksvragen.
4. Resultaten: De verzamelde data worden gepresenteerd, waarbij zowel de associaties over Nederlanders als de evaluatie van de Nederlandse taal en de invloed van landskennis worden geanalyseerd.
5. Conclusie: Het laatste hoofdstuk vat de bevindingen samen en concludeert dat het stereotype beeld van de Nederlander nog steeds sterk verbonden is met clichés en een opvallend gebrek aan diepgaande landskennis bij Duitse respondenten.
Belangrijke trefwoorden
Nederland, Duitsland, stereotypen, taalperceptie, nationale identiteit, interculturele communicatie, landskennis, sociale perceptie, taalkunde, vooroordelen, Euregio, identiteitsvorming, sociolinguïstiek.
Veelgestelde vragen
Wat is de algemene strekking van dit onderzoek?
De studie onderzoekt de huidige stereotypering door Duitsers ten opzichte van Nederlanders en hun subjectieve waarneming van de Nederlandse taal.
Welke thematische gebieden staan centraal?
De thema's omvatten nationale stereotypen, taalperceptie, de invloed van contact met het buurland en de feitelijke kennis over Nederland.
Wat is het voornaamste doel van de auteur?
Het doel is om te actualiseren hoe het Duitse beeld van de Nederlander er anno 2017 uitziet en of dit positieve beeld correleert met persoonlijke ervaringen.
Welke wetenschappelijke methoden worden toegepast?
Er is gebruikgemaakt van een schriftelijke enquête, gecombineerd met een experimenteel onderzoek waarbij spraakopnames werden beoordeeld aan de hand van een Likert-schaal.
Wat komt er in het hoofdgedeelte van het document aan bod?
Het hoofdgedeelte bevat de resultaten van de data-analyse betreffende associaties met Nederlanders, de beoordeling van een Nederlandse versus een Duitse spreekster, en de correlatie met kennis en contact.
Welke sleutelwoorden karakteriseren de publicatie?
Kernbegrippen zijn onder meer stereotypen, nationale identiteit, taalperceptie, interculturele relaties en Duits-Nederlandse betrekkingen.
Worden er specifieke sprekers gebruikt in het onderzoek?
Ja, er is een tweetalige vrouwelijke spreekster ingezet die dezelfde tekst in zowel het Duits als het Nederlands heeft uitgesproken om variabelen in de stemklank te minimaliseren.
Wat zijn de belangrijkste conclusies over de kennis van Duitsers over Nederland?
De studie concludeert dat, hoewel veel respondenten Nederland bezoeken, hun feitelijke kennis over het land beperkt is en de associaties vaak gebaseerd blijven op oppervlakkige clichés.
- Quote paper
- Pia Rudolphi (Author), 2017, Het Duitse Hollandbeeld, Munich, GRIN Verlag, https://www.grin.com/document/414013